|
XII VERANTWOORDING EN BIBLIOGRAFIE XII.1 Verantwoording en aanbevolen literatuur |
| Literatuur over het raadsel van Beethovens liefdesbrief |
| Over Schindler valt als biograaf niet veel goeds mede te delen, maar het bleek (en blijkt) onmogelijk om zijn saaie hagiografie geheel te vermijden. Voor de bestudering van het probleem van Beethovens onsterfelijke geliefde heeft de biograaf echter niet veel aan hem. Thayer is en blijft de meest complete biografie, maar ook aan hem hebben we niet zoveel, zelfs niet in de herziening door Forbes uit de jaren zestig van de vorige eeuw. De moeilijkheid met alle biografen uit de negentiende eeuw is hun victoriaanse geestesgesteldheid. Het was blijkbaar erg moeilijk de feiten te vermelden, vooral als deze wat minder prettig waren. Tegen Beethoven aankijken als een 'gewoon' mens was kennelijk een te grote opgave. Hij diende boven normale stervelingen verheven te zijn, ook als het ging om zoiets algemeen menselijks als seks. Dus werden de feiten verzwegen (Thayer) of, veel erger, ontkend of bijgestuurd (Schindler). Verbijsterende voorbeelden ook zijn te vinden bij Kalischer, die volkomen blind leek voor alle falsificaties van zijn ongeloofwaardige hypothese. Thomas-San-Galli, Unger en Sonneck komt de eer toe voor het eerst helder en min of meer wetenschappelijk met het probleem omgegaan te zijn. Unger en Thomas-San-Galli toonden zonneklaar aan dat Beethoven de brief in 1812 in Teplitz had geschreven en Sonneck stelde duidelijke premissen voor de kandidates, die nog altijd van kracht zijn. Toch lukte het ook deze heren niet om zich volkomen objectief op te stellen. Zo wijst Thomas-San-Galli alle getrouwde vrouwen af, omdat dat niet conform Beethovens principes zou zijn geweest (waarna hij voor Amalie Sebald kiest, hoewel hij die keuze later herzag en opteerde voor de ook al ongehuwde Therese Brunswick) en Unger lijkt een vergelijkbare fout te hebben gemaakt toen hij op de Kurlist van Karlsbad Antonie Brentano en Dorothea Ertmann aantrof en ze zonder uitleg terzijde schoof met de opmerking dat ze 'niet in aanmerking kunnen komen'. La Mara en Rolland waren de eersten die de blik op de Brunswicks richtten, maar ook op hun onderzoekingen valt het een en ander af te dingen, waarbij moet worden aangetekend dat La Mara een heel wat realistischer beeld had dan de al te romantische Rolland en later haar foutieve hypothese voor Therese herriep, waarna ze als eerste in de geschiedenis Josephine suggereerde. Jammer genoeg maakte ze de fout de brief in het verkeerde jaar te plaatsen (1807). Ley ontdekte dat het geheimzinnige miniatuur uit Beethovens nalatenschap zeer waarschijnlijk geen beeltenis van Marie Erdödy is en hij maakte de bekende fout optimistisch te concluderen dat het dan 'waarschijnlijk' een portret van de gezochte vrouw is. Het boek van het echtpaar Sterba is onontkoombaar, omdat ze verder keken dan de oppervlakte en zich niet schuldig maakten aan hagiografie, maar helaas wel uit het oog verloren dat psychoanalyse op een dode feitelijk onmogelijk is, zodat het uiteindelijke resultaat toch weinig indrukwekkend is. Kaznelson bracht zijn zorgvuldig uitgewerkte Josephine-1812-hypothese met veel aplomb, maar Schmidt-Görg liet geen spaan heel van zijn boek en al snel bleek waarom, toen hij met zijn publicatie van de briefwisseling tussen Beethoven en Josephine uit 1804/9 op de proppen kwam en veel deskundigen een tikje voorbarig concludeerden dat Josephine 'dus' niet de vrouw van de brief van 1812 kon zijn. Steichen had weinig succes met haar hypothese voor Marie Erdödy. Haar boek was nog niet af toen ze stierf en het is in onvoltooide vorm uitgegeven, weliswaar voorzien van noodzakelijk commentaar door de uitgever. De Franse 'school' bleek gecharmeerd van de Josephine-hypothese, want Maurois en het echtpaar Massin twijfelden er niet aan, ondanks Schmidt-Görgs hevige protesten. Solomon, Marek, Brosche-Graeser en Goldschmidt publiceerden uitvoerig naar aanleiding van de Beethoven-jaren 1970 en 1977. Marek maakte niet veel indruk met zijn hypothese voor Dorothea Ertmann, vooral op grond van de slecht passende 'interna', en aan de veel te fanatieke Josephine-advocate Brosche-Graeser besteedde niemand enige aandacht, wat ze aan zichzelf te wijten heeft, want haar boekje bestaat toch voornamelijk uit onzin. Solomon won de race met gemak. Goldschmidt bestudeerde de publicaties van Marek en Solomon en kwam tot de conclusie dat Marek zich inderdaad vergiste, maar Solomon misschien niet. Zeer bescheiden noemde hij zijn belangrijke boek uit 1977 'een tussenstand'. Hij heeft in dit boek een voorkeur voor Josephine, maar onderneemt menige poging de feiten in te passen in de levens van beide vrouwen. Uitsluitend op grond van de biografische gegevens meent hij geen keuze te kunnen maken. Pas in zijn laatste hoofdstuk, gewijd aan een zoektocht naar bewijzen in de muziek, geeft hij de voorkeur aan Josephine. In zijn publicatie Auf diese Art mit A geht alles zu Grunde, postuum verschenen in 1988, nam hij verder afstand van Solomons hypothese. Deze echter blijft van mening dat Josephine onmogelijk de gezochte vrouw kan zijn en ook 1988 herhaalde hij die visie in een tweetal essays, gepubliceerd in zijn Beethoven Essays. Dit merkwaardige boek is een vervolg op zijn biografie en wat betreft tot de correcties op zijn hypothese is het een beschamende mislukking, want hij focuseert zich uitsluitend op de bewijzen in zijn voordeel en zwijgt volledig over de tegenbewijzen. Jammer genoeg vervielen ook Tellenbach en Pichler, die beiden zeer expliciet voor Josephine (en Minona Stackelberg als Beethovens dochter) kozen, min of meer in dezelfde fout. Zeker is Tellenbachs boek een belangrijke bijdrage aan de discussie en is Pichlers perfect geschreven biografie een waar genot om te lezen, maar wetenschappelijk gezien stelt Tellenbach toch enigszins teleur en kan Pichler gevoeglijk terzijde worden geschoven. Cooper, Van der Zanden en Lund kozen de kant van Solomon, ondanks alle nadelen van zijn hypothese. Zich pijnlijk bewust van de vele rafels, probeerden Van der Zanden en Lund correcties aan te brengen, die mijns inziens mislukt zijn. Lunds boek bestaat gedeeltelijk uit twee serieuze artikelen, waarin ze de stelling poneert dat Antonies laatste kind Karl Joseph Beethovens zoon was, gedeeltelijk uit een hijgerige, bijkans pornografische en volstrekt ongeloofwaardige roman, gebaseerd op Beethovens laatste decennium. Gelukkig besloot Van der Zanden zijn aanvechtbare visie te herzien in zijn voortreffelijke boek over Beethovens brieven, maar hij lijkt nog steeds de voorkeur te geven aan Antonie. In 1994 betrad Rose het strijdtoneel met zijn hypothese dat schoonzuster Johanna de gezochte vrouw is en neef Karl Beethovens zoon moet zijn geweest, waarmee het aantal buitenechtelijke kinderen dat de componist in de schoenen krijgt geschoven, tot maar liefst drie stuks steeg. In 1996 betraf Altman het strijdperk. Ze is rabiaat tegen de Antonie-hypothese, maakt Solomon en Lund met de grond gelijk, keert zich even heftig tegen de Johanna-hypothese, maar houdt een achterdeurtje open naar Josephine en breekt hartstochtelijk een lans voor Marie Erdödy. Helaas is haar hagiografische boek in wetenschappelijk opzicht een hilarische mislukking. Sinds enkele jaren hebben we enkele nieuwe kandidates: Almerie Esterházy, in oktober 2000 naar voren geschoven door Celeda/Pulkert, Barbara von Tschoffen, in juni 2002 geoffreerd door Brauneis, en Maria Anna von Liechtenstein, ook in 2002 aan de wereld voorgesteld, dit keer door Buschmann. Ik geef deze auteurs weinig kans de eer op te kunnen eisen. De allernieuwste hypothese is eigenlijk een oude: die voor Bettina Brentano, de afgelopen jaren in drie etappes (twee artikelen en een boek) gepubliceerd door Walden en vast en zeker gedoemd weer te verdwijnen wegens gebrek aan bewijs. Ondertussen ging en gaat het onderzoek door en terecht, want vooral de diverse archieven in landen die zich ooit achter het IJzeren Gordijn bevonden, waren en zijn nog lang niet zorgvuldig genoeg bestudeerd. Het meest professionele onderzoek werd en wordt verricht door Steblin, die diverse boeiende, tot nu toe over het hoofd geziene feiten over Josephine uit de archieven heeft weten op te diepen en die onlangs (2005 t/m 2009) heeft gepubliceerd. Mijns inziens zijn haar argumenten eigenlijk overtuigend genoeg om het raadsel als opgelost te beschouwen, maar helaas blijven er toch nog wel een paar vragen onbeantwoord, zodat meer onderzoek nodig blijft. De vurige verdediging van Josephine door Klapproth (2011) vertelt ons echter niks nieuws. |
| Literatuur over de familie Beethoven |
| Ook wat betreft de voogdij kan men niet heen om de uitdagende boeken van het echtpaar Sterba en Solomon, benevens het boeiende overzichtswerk van Wolf, die zich overigens meestal wel een aanhanger van Solomon betoont. Heel erg controversieel (om niet te zeggen grote onzin) is de hypothese van de bijna-naamgenoten Rose en De Roos, broederlijk verenigd in hun vermoeden dat neef Karl in feite zoon Karl was. Degene die iets sensationeels wil lezen, wende zich vooral tot deze auteurs. Degene die een zorgvuldige afweging van de feiten wil lezen, vermijde de heren echter angstvallig. De visie van de Sterba's maakte Tellenbach en Altman ontzettend boos. Het lijkt erop dat de slinger weer een beetje de andere kant uit begint te zwaaien wat betreft de algemene kijk op Beethovens houding tegenover zijn neef en zijn schoonzus, want ook Lund, Cooper en Lockwood zijn allesbehalve gecharmeerd van de Sterba's. In veel opzichten staan de dames Tellenbach, Altman en Lund recht tegenover elkaar, maar stuk voor stuk nemen ze Beethoven in bescherming tegen wat zij noemen de 'beschuldigingen' van vooral de Sterba's en in mindere mate Solomon en Wolf, maar ook Newman, Kerman, Kinderman en andere psychoanalytisch georiënteerde, redelijk recente onderzoekers van vooral Amerikaanse en in mindere mate Duitse origine. Wat betreft Beethovens familierelaties is, vermoed ik, niet veel meer te ontdekken in de diverse archieven. Met name Brandenburg heeft onlangs de laatste puzzelstukjes toegevoegd in zijn belangrijke artikel gewijd aan schoonzus Johanna. We zullen het dus moeten doen met de gegevens zoals we die nu tot onze beschikking hebben. Onontkoombaar voor de studie van Beethovens leven in het algemeen, maar vooral ook voor zijn familierelaties, zijn de zogenaamde Konversationshefte, die pas sinds kort compleet en uitgebreid geannoteerd tot onze beschikking staan. In de vroege jaren twintig werden pogingen tot (gedeeltelijke) uitgave + commentaar ondernomen door de ijverige onderzoeker Nohl, in de jaren veertig gevolgd door Schünemann en Prod'homme, in de jaren vijftig door de al genoemde Sterba's en in de jaren zestig door Magnani en MacArdle. Maar erg succesvol waren al deze pogingen niet. We moesten wachten tot de jaren zeventig, toen Köhler, Beck en Herre er op professionele wijze mee aan de slag gingen. |
| Literatuur over de patient Beethoven |
| Om de boeken van Larkin, Neumayr, Bankl/Jesserer, O'Shea en Davies komt men niet heen wat betreft Beethovens ziektes en doodsoorzaak, waarbij aan Bankl en Jesserer de eer toekomt als eerste delen van Beethovens schedel te hebben onderzocht, wat leidde tot de herziening van enkele tot dan toe mogelijke diagnoses. Degene die echt diepgaand is geïnteresseerd, is natuurlijk verplicht de vinger aan de pols te houden en ook publicaties in medische tijdschriften te lezen. Zie bijvoorbeeld Barnes, Czeizel, Lüderitz, Palferman, Scherf, Kubba/Young. Ook de moeite van het lezen waard zijn de al wat oudere boeken van Schweisheimer en Forster. Beide zijn zeer boeiend en bovendien helder geschreven. Als het gaat om het verkrijgen van een compleet overzicht van de historie van het onderzoek, is het compendium van Kerner, herzien en aangevuld door Schadewalt, zeer bruikbaar, maar er is geen geheel nieuwe diagnose in te vinden. Hoogstens een aanscherping van de vele al bestaande. Al deze zeer lezenswaardige auteurs zijn het niet helemaal eens, maar ook niet helemaal oneens. In hun boeken wordt in ieder geval niet over het hoofd gezien dat Beethoven veel meer alcohol dronk dan goed voor hem was. Het is jammer, hoewel volstrekt begrijpelijk, dat veel biografen en musicologen niet zoveel van geneeskunde en psychiatrie wisten en weten, want dat heeft menigmaal tot vreselijke misvattingen geleid, bijvoorbeeld als het gaat om een oordeel over de nu al decennia spraakmakende visie van het echtpaar Sterba dat overigens zelf ook de medische plank nog wel eens missloeg. Enige kennis van de opvattingen van de medicus/psychiater Freud en zijn vele navolgers is absoluut nodig om hun boek te kunnen begrijpen en waarderen (tot op zekere hoogte). In mindere mate geldt dit ook voor de publicaties van Solomon en Wolf uit de afgelopen drie decennia en het al wat oudere boek van Newman. Degene die een overzicht zoekt van alles wat er aan psychoanalytische verhandelingen over Beethoven is verschenen, moet Lange-Eichbaum niet overslaan. De laatste jaren begint zich een heftig conflict af te tekenen tussen biografen die niets moeten hebben van psychoanalyse op een dode en biografen die (enige) waarde toekennen aan een dergelijke benadering. Het laatste woord hierover is nog lang niet gezegd. Hoewel in 1990 iedereen zijn schouders ophaalde over De Roos en zijn uiterst aanvechtbare moordhypothese, mengde Altman zich enkele jaren geleden in de strijd met de mededeling dat ze het eigenlijk wel met hem eens is, in ieder geval wat betreft de veronderstelling dat Beethoven om zijn dissidente sympathieën zou zijn vergiftigd. Mijns inziens is er weinig reden hun hypotheses serieus te nemen. Veel belangrijker is een andere hypothese over Beethovens doodsoorzaak, die uit Amerika komt (verricht door Walsh in opdracht van het Ira F.Brilliant Center for Beethoven Research in San José en gepubliceerd in etappes in 2000 t/m 2005, in Duitsland in 2002 dapper verdedigd door Ludewig). Het is gerelateerd aan het onderzoek naar een lok van Beethovens haar, afgeknipt na zijn dood. Men trof er uitzonderlijk veel lood in aan, wat aanleiding gaf tot de hypothese dat hij aan loodvergiftiging zou zijn gestorven. Medisch gezien is dat echter niet erg waarschijnlijk, want hij vertoonde niet de zeer specifieke symptomen van een dergelijke vergiftiging. Het centrum ging door met onderzoeken en vergeleek het haar met de botstukken waar Bankl en Jesserer hun onderzoek op hadden uitgevoerd. Belangrijkste conclusie: ook in de botstukken is het loodgehalte zeer hoog. Relevant is de publicatie van Reiter, die in 2007 een artikeltje in het Mitteilungsblatt van de Wiener Beethoven-Gesellschaft publiceerde en dat liet volgen door een verbeterde versie ervan in The Beethoven Journal. Hij bevestigt het onderzoek van Walsh en meent dat lood moet hebben bijgedragen aan Beethovens dood. De volgende bijdrage aan deze discussie is een publicatie van Eisinger, een Amerikaanse toxicoloog/biochemicus, die in 2007 in een vakblad liet weten dat hij ieder verband tussen Beethovens gezondheid en een loodvergiftiging naar de prullenbak verwijst, ondanks dat hoge loodgehaltein haar en bot. Hij herpubliceerde zijn artikel in The Beethoven Journal van 2008. Ook Lorenz is het in The Beethoven Journal van 2007 niet eens met Reiter. Een goed overzicht van de vele medische diagnoses voor Beethoven is te vinden in het voortreffelijke eerste boek van Davies, maar over zijn tweede boek ben ik beduidend minder te spreken. Het is erg speculatief met betrekking tot Beethovens psychische gezondheid en wordt ontsierd door biografische missers. Een jonge loot aan de stam van 'zielenknijpers' is Kopitz die in een enkele jaren geleden verschenen essay tevergeefs trachtte aan te tonen dat Beethoven een borderlinepatiënt zou zijn geweest. Veel beter bevalt mij een artikel uit 2006 van Klinger, gewijd aan de doofheid. Klingers conclusie: otosclerose. Daar zou hij best eens gelijk in kunnen hebben. Aanbevelenswaardig is ook de publicatie van de arts Mai, die een realistische blik blijkt te hebben. |
| Beethovens correspondentie, aantekeningen en conversatieboekjes |
| Albrecht, Theodore. Letters to
Beethoven and other correspondence. Drie delen. (Nebraska, 1996) Beethoven. The man and the artist, as revealed in his own words. Compiled by F.Kerst. Translated and edited by H.E.Krehbiel. (New York, 1964) Beethovens Briefe und Aufzeichnungen. Auswahl und Erläuterungen von A.Leitzman und O.Goldhammer. (Leipzig, 1952) Beethoven's letters. A critical edition with explanatory notes by A.C.Kalischer. Translated by J.S.Shedlock. First published in 1909. (New York, 1969) Beethovens Tagebuch. Herausgegeben von M.Solomon und S.Brandenburg. (Mainz, 1990) Besuch bei Beethoven. Aus zeitgenössischen Berichten und den Konversationsheften. Zusammengestellt von M.Hürlimann. (Zürich, 1948) Bloemlezing uit de brieven van Ludwig van Beethoven. Nederlandse vertaling en samenstelling door W.Hutschenruyter. (Den Haag, 1939) Brodszky, Franz. Wenn Beethoven ein Tagebuch geführt hätte. (Budapest, 1963) Der heitere Beethoven. Eine Briefauswahl von M.Kupelwieser de Brioni. (München, 1969) Letters of Beethoven. Translated and edited by E.Anderson. Drie delen. (London, 1961) Ludwig van Beethoven. Berichte der Zeitgenossen, Briefe und persönliche Aufzeichnungen. Gesammelt und erläutert von A.Leitzmann. (Leipzig, 1921) Ludwig van Beethoven. Briefe. Herausgegeben von H.Schaefer. (Berlin, 1984) Ludwig van Beethoven. Heiligenstädter Testament. Herausgegeben von H.M.von Asow. (Wien/München, 1957) Ludwig van Beethoven. In Briefen und Lebensdokumenten. Ausgewählt und erläutert von A.Würz und R.Schimkat. (Stuttgart, 1961) Ludwig van Beethovens Briefe. Herausgegeben von A.Leitzmann. (Leipzig, 1912) Ludwig van Beethovens Briefwechsel Gesamtausgabe. Hergestellt von S.Brandenburg. Acht delen. (München, vanaf 1996) Ludwig van Beethovens Konversationshefte. Hergestellt von K.H. Köhler, G.Herre, D.Beck, D.Weise, G.Brosche u.a., im Auftrag der Deutsche Staatsbibliothek, Berlin. Twaalf delen. (Leipzig, vanaf 1968) Ludwig van Beethovens sämtliche Briefe. Herausgegeben von E.Kastner, neuausgegeben von J.Kapp. (Berlin, 1923) |
| Overige bronnen |
| 25 Jahre Wiener Beethoven-Gesellschaft
in Wien-Heiligenstadt. (Wien, 1979). Albrecht, Theodore and E.Schwensen. More than just Peanuts: Evidence for December 16 as Beethoven's Birthday. In: The Beethoven Newsletter (1988). Albrecht, Theodore. Ludwig van Beethovens Konversationshefte. In: The Beethoven Journal (2002). Altman, Gail. Beethoven: A Man of his Word. (Tallahassee, 1996). Altman, Gail. Fatal Links. The Curious Deaths of Beethoven and the Two Napoleons. (Tallahassee, 1999). Bachmann, L.G. Beethoven contra Beethoven: Geschichte eines berühmten Rechtsfalles. (München/Paderborn, 1963). Ballová, L. Ludwig van Beethoven a Slovensko. (Osveto, 1972). Bankl, Hans und H.Jesserer. Die Krankheiten Ludwig van Beethovens. Pathographie seines Lebens und Pathologie seiner Leiden. (Wien, 1987). de Baranyai, G.L. et al. Ludwig van Beethoven. (München, 1970). Barnes, D. Beethovens final illness. In: The Lancet (1996). Bartels, Bernhard. Beethoven und Bonn. (Stuttgart, 1954). Bauer, Elisabeth. Beethoven- unser musikalischer Jean-Paul. In: Musik-Konzepte. (1987). Bauer, Elisabeth. Wie Beethoven auf dem Sockel kam. (Stuttgart/Weimar, 1992). Beahrs, Virginia. The Immortal Beloved Revisited. In: The Beethoven Journal (1986). Beahrs, Virginia. Beethoven's Only Beloved? New Perspectives on the Love Story of the Great Composer. In: Music Review (1993). Beck, Dagmar und G.Herre. Einige Zweifel an der Überlieferung der Konversationshefte. In: Bericht über den Internationalen Beethoven-Kongress Berlin 1977. (Leipzig, 1978). Beck, Dagmar und G.Herre. Anton Schindlers fingierte Eintragungen in den Konversationsheften. In: Zu Beethoven. Aufsätze und dokumente. (Berlin, 1980). Beethoven im Mittelpunkt. Festschrift Internationales Beethovenfest Bonn 1970. (Bonn, 1970) Bekker, Paul. Beethoven. Eerste druk 1911. (Stuttgart/Berlin/Leipzig, 1912). Bellofatto, Luigi. Alexander Wheelock Thayer. In: Bonner Beethoven-Studien. (2006) Bellofatto, Luigi. Einige neue Erkenntnisse aus dem Nachlass von Alexander Wheelock Thayer. In: Bonner-Beethoven-Studien. (2007) Bettermann, Silke. Erinnerungen an Beethoven. Skizzen. Zeichnungen. Karikaturen. (Bonn, 1987) Bettermann, Silke. Wenn die Hülle zu Staub geworden, dann erst steht der wahre Genius in vollendeter Wesenheit da... - die Porträts des sterbenden und toten Komponisten von Josef Teltscher und Josef Danhauser. In: Drei Begräbnisse und ein Todesfall. Herausgegeben von S.Bettermann, W.Brauneis, B.A.Kraus, M.Ladenburger und J.Schuchard. (Bonn, 2002) Bettermann, Silke. Die beiden Damen-Miniaturportraits aus Beethovens Nachlass im Beethoven-Haus Bonn. In: Bonner Beethoven-Studien. (Bonn, 2004) Boehn, Max. Miniaturen und Silhouetten. Eerste druk 1917. (München, 1919) Bodin, F. and C.F.Cheinisse. Poisons. (London, 1970) Böhme, Gerhard. Medizinische Porträts berühmter Komponisten. (Stuttgart/New York, 1979) Borchard, Beatrix. Mit Schere und Klebstoff. Montage als Wissenschaftliches Verfahren in den Biographik. In: Festschrift für Rainer Cadenbach. (Würzburg, 2004) Bory, Robert. Ludwig van Beethoven. Sein Leben und Werk in Bildern. (Zürich, 1960). Bowden, Sylvia. ''A union of souls": finding Beethovens "distant beloved''. In: The Musical Times (2009) Brandenburg, Sieghard. Der Freundeskreis der Familie Malfatti in Wien. Gezeichnet von Ludwig Schnorr von Carolsfeld. (Bonn, 1985) Brandenburg, Sieghard. Beethovens Brief an die Unsterbliche Geliebte. (Bonn, 2001). Brandenburg, Sieghard. Johanna van Beethoven's Embezzlement. In: Haydn, Mozart and Beethoven. Studies in the music of the classical period. Edited by S.Brandenburg. (Oxford/New York, 1998) Brandenburg, Sieghard. Auf Spuren von Beethovens "Unsterblicher Geliebten". Einige kritische Überlegungen. In: Österreichische Musikzeitschrift. (2002). Brauneis, Walther. Die Aufenthalte Beethovens und die Familie Esterházy im Jahr 1812 in den westböhmischen Bädern. In: Bonner Beethoven-Studien. (2001). Brauneis, Walther. Beethoven-Häuser. (Bonn, 2001). Brauneis, Walther. "...mache dass ich mit dir leben kann" Neue Hypothesen zur Identität der "Unsterblichen Geliebten". In: Österreichische Musikzeitschrift. (2002). Brauneis, Walther. 200 Jahre "Heiligenstädter Testament". In: Mitteilungsblatt der Wiener Beethoven-Gesellschaft. (2003) Brenneis, Clemens. Zum Fischhof-Manuskript. In: Bericht über den Internationalen Beethoven-Kongress Berlin 1977. (Leipzig, 1978) Brenneis, Clemens. Das Fischhof-Manuskript. In: Zu Beethoven. Aufsätze und Annotationen. (Berlin, 1979). Brenneis, Clemens. Das Fischhof-Manuskript in der Deutschen Staatsbibliothek. In: Zu Beethoven 2. Aufsätze und Dokumente. (Berlin, 1984). Bresch, Sigrid. Beethovens Reisen zu den böhmischen Bädern in den Jahren 1811 und 1812. In: Beethoven und Böhmen. Herausgegeben von S.Brandenburg und M.Gutiérrez-Denhoff. (Bonn, 1988). Breuning, Gerhard. Aus dem Schwarzspanierhause. Erinnerungen an Ludwig van Beethoven aus meinem Jugendzeit. Oorspronkelijke uitgave 1874. English translation by H.Mins en M.Solomon. (Cambridge/New York/Melbourne, 1992). Brosche-Graeser, Gerda. Beethovens Unsterbliche Geliebte. Legende-Vermutung-Tatsachen. (Wien, 1974). Brunswick, Therese. Mein halbes Jahrhundert. In: La Mara. Beethovens Unsterbliche Geliebte. Das Geheimnis der Gräfin Brunsvik und ihre Memoiren. (Leipzig, 1909). Burrell, Lisa M. Music, narrative and seksual morality in the Kreutzer sonatas of Beethoven, Tolstoy and Janacek. (Ann Arbor, Michigan, 2003) Burnham, Scott and M.P.Steinberg, editors. Beethoven and his world. (Princeton/Oxford, 2000). Busch-Weise, Dagmar. Beethovens Jugendtagebuch. In: Studien zur Musikwissenschaft: Beihefte der Denkmäler der Tonkunst in Österreich. (Graz/Wien/Köln, 1962). Buschmann, Brigitte. Fannys Tagebuch. Neue Überlegungen zu einer vielzitierten Quelle. In: Zu Beethoven. Aufsätze und Dokumente 3. (Berlin, 1988). Buschmann, Brigitte. Gibt es neue Erkentnisse zu Goldschmidts Buch 'Um die Unsterbliche Geliebte'? In: Kunstwerk und Biographie. Gedenkschrift für Harry Goldschmidt. Herausgegeben von H-W.Heister. (Berlin, 2002). Canisius, Claus. Beethoven. Sehnsucht und Unruhe in der Musik. Aspekte zu Leben und Werk. (München, 1992). Caeyers, Jan. Beethoven. Een biografie. (Amsterdam, 2010) Celeda, Jaroslav and O.Pulkert. Beethoven's Immortal Beloved. Revised by H-W.Küthen and translated by W.Meredith. In: The Beethoven Journal (2000). Zie ook bij Pulkert. Clive, Peter. Beethoven and his world. A Biographical Dictionary. (Oxford, 2001). Comini, Alessandra. The changing image of Beethoven. A study in Mythmaking. (New York, 1986). Cooper, Barry et al. The Beethoven Compendium. Deutsche Übersetzung von C.Berktold, M.Fest und I.Lampe. (München, 1992). Nederlandse vertaling door M.M.C.Mengelberg. (Baarn, 1993). Cooper, Barry. Beethoven's Immortal Beloved and Countess Erdödy: A Case of Mistaken Identity? In: The Beethoven Journal (1996) Cooper, Barry. Beethoven. (New York, 2000). Cooper, Barry, H-W.Küthen and W.Meredith. The 'Secret Drawer' in Beethoven's Last Apartment. In: The Beethoven Journal (2001) Cooper, Martin. Beethoven, The last decade, 1817-1827. (London, 1970). Corbineau-Hoffmann, Angelika. Testament und Totenmaske. (Hildesheim, 2000). Czeizel. Murdering Beethoven. In: The Lancet. (1977). Czeke, Marianne. Auszüge aus Therese Brunswicks Tagebüchern. (Budapest, 1938). Czerny, Carl. Erinnerungen aus meinem Leben. Oorspronkelijke uitgave omstreeks 1860. Herausgegeben und mit Anmerkungen versehen von W.Kolneder. (Strasbourg/Baden-Baden, 1968). Davies, Peter J. Beethoven in person. His deafness, Illnesses and Death. (Westport/London, 2001). Davies, Peter J. The Character of a Genius: Beethoven in Perspective. (Westport/London, 2002). Drescher, Kurt. Ludwig van Beethovens Neffe Karl und dessen Mutter Johanna: ihre Beziehung zu Baden. (Baden, 1988) Dumont, Charles F. Ludwig van Beethoven. Die Geschichte eines unglücklichen glücklichen Lebens. (Zürich, 1959) Duranteau, André. Dictionaire Médical. Nederlandse vertaling door T.de Jager. (Utrecht/Antwerpen, 1976) Eisinger, Joseph. Was Beethoven Lead-Poisoned? In: The Beethoven Journal. (2008) Emsley, John. The Elements of Murder. A history of poison. (Oxford, 2005) Ernest, Gustav. Beethoven. Persönlichkeit, Leben und Schaffen. Tweede druk. (Berlin, 1926) Finscher, Ludwig. Ludwig van Beethoven. Wege der Forschung. (Darmstadt, 1983) Fischer, Johannes. Münchener Beethoven-Studien. (München, 1992) Fischer, Hans Conrad en E.Kock. Ludwig van Beethoven. Nederlandse vertaling door M.de Metz. (Den Haag/Antwerpen, 1970) Fischman, Nathan. Zur Frage der Datierung von Beethoven-Briefen. In: Zu Beethoven. Aufsätze und Dokumente 2. (Berlin, 1984). Forster, Walther. Beethovens Krankheiten und ihre Beurteilung. (Wiesbaden, 1955). Franken, Franz. Die Krankheiten grossen Komponisten. (Wilhelmshaven, 1986). Freud, Sigmund. Sigmund Freud - Nederlandse Editie. (Meppel, 1980-1992). Frimmel, Theodor. Neue Beethoveniana. (Wien, 1888). Frimmel, Theodor. Ludwig van Beethoven. (Berlin, 1903). Frimmel, Theodor. Beethovens äussere Erscheinung, Seine Bildnisse. In: Beethoven-Studien. Bd.I. (München/Leipzig, 1905). Frimmel, Theodor. Bausteine zu einer Lebensgeschichte des Meisters. In: Beethoven-Studien. Bd.II. (München/Leipzig, 1906). Frimmel, Theodor. Beethoven Jahrbuch I. (München, 1908). Frimmel, Theodor. Beethoven-Forschung. Lose Blätter. Band I und II. (Wien, 1911/15). Frimmel, Theodor. Beethoven Handbuch. Twee delen. (Leipzig, 1926). Geck, Martin. Beethoven. Tweede druk. (Hamburg, 2001). Geck, Martin und P.Schleuning. 'Geschrieben auf Bonaparte'. (Hamburg, 1989). Giannatasio del Rio, Fanny. Tagebuch. In: L.Nohl. Eine stille Liebe zu Beethoven. (Leipzig, 1902). Goldschmidt, Harry. Um die Unsterbliche Geliebte. Eine Bestandsaufname. (Leipzig, 1977). Goldschmidt, Harry. Die Erscheinung Beethoven. Tweede druk. (Leipzig, 1985). Goldschmidt, Harry. "Auf diese Art mit A geht alles zu Grunde". Eine umstrittene Tagebuchstelle in neuem Licht. In: Zu Beethoven. Aufsätze und Dokumente 3. (Berlin, 1988). Goldschmidt, Harry. Aspekte gegenwärtiger Beethoven-Forschung. In: Zu Beethoven. Aufsätze und Annotationen. (Berlin, 1979). Golz, Jochen und M.Ladenburger. Beethoven und Goethe. "meine Harmonie mit der Ihrigen verbunden". (Bonn/Weimar, 1999). Gutiérrez-Denhoff, Martella. "Die gute Kocherey". Aus Beethovens Speiseplänen. (Bonn, 1988). Harich, Johann et al. Schloss Esterházy. Geschichte und Beschreibung. (Wien, 1993). Haupt, Günther. Gräfin Erdödy und J.X.Brauchle. In: Der Bär. (1927). Hermand, Jost. Beethoven. Werk und Wirkung. (Köln/Wiemar/Wien, 2003). Herriot, Eduard. Beethoven. (Frankfurt a.M., 1930). Herttrich, Ernst. Beethoven. An die ferne Geliebte. (Bonn, 1999). Hess, Willy. Beethoven. Tweede druk. (Winterthur, 1977). de Hevesy, André. Beethoven. Vie intime. Nederlandse vertaling door A.Greshoff-Brunt. (Arnhem, 1927). Hildesheimer, Wolfgang. Mozart. Tweede druk. (Frankfurt, 1977). Hofbauer, Carl. Die Alservorstadt. (Wien, 1861). Hoffmann, Freia. Wahrnehmungsprobleme. Beethoven und die Frauen. In: Der "männliche" und der "weibliche" Beethoven. (Bonn, 2003) Hornyák, Maria. "Mein Alles, meine Glückseeligkeit..." Über die Liebe von Ludwig van Beethoven und Josephine Brunswick, Gräfin von Martonvásár. (Martonvásár, Hongarije, 1996). Hübner, Hans und M.Kasperl. Postgeschichte auf Landkarten. Kartografische Dokumente zur deutschen Postgeschichte. (Berlin, 1996) Irmen, Hans-Josef. Beethoven in seiner Zeit. (Zuelpich, 1998). Irmen, Hans-Josef. Beethoven, Bonn und die Illuminati. In: Beethoven und die Rezeption der Alten Musik. (Bonn, 2002). Jäger-Sustenau, Hanns. Beethoven-Akten im Wiener Landesarchiv. In: Beethoven-Studien. Leben und Umwelt. (Wien, 1970). Jahn, Otto. Ein Brief Beethovens. In: Die Grenzboten XXVI. (1867). Jahn, Otto. Ludwig van Beethoven als Mensch und Künstler. Heruitgave. (Elbing, 1977). Jaklitsch, Rita. Das Leben Ludwig van Beethovens im Kino. (Wien, 2002). Jestremski, Margret. Biographische Bezüge in Beethovens Liedschaffen. Zueignung - Zuneigung? In: Der "männliche" und der "weibliche" Beethoven. (Bonn, 2003). Johnson, Paul. Nearer to God. In: National Review (1991). Kalischer. A.C. Beethoven und Wien. Herausgegeben und ergänzt von K.Kirchberg. (omstreeks 1910). Kalischer, A.C. Die "Unsterbliche Geliebte" Beethovens. Giulietta Guicciardi oder Therese Brunswick? (Dresden, 1891). Karbusický, Vladimir. Beethovens Brief "An die Unsterbliche Geliebte" und sein musikalisches Werk. (Wiesbaden, 1977). Karbusický, Vladimir. Ludwig van Beethoven. Briefe über Kunst, Liebe und Freundschaft. (Freiburg, 1992). Kaznelson, Siegmund. Beethovens Ferne und Unsterbliche Geliebte. (Zürich, 1954). Kerman, Joseph. An die Ferne Geliebte. In: Beethoven Studies. Edited by A.Tyson. (New York, 1973). Kerman, Joseph and A.Tyson. The New Grove. Beethoven. (London, 1980). Kerman, Joseph. The New Grove. Beethoven. Tweede druk. (London, 2000). Kerner, Dieter. Grosse Musiker. Leben und Leiden. Vijfde druk. Neu bearbeitet von H.Schadewalt. (1.Auflage, Stuttgart, 1963). Kerner, Dieter. Beethovens Krankheiten und sein Tod. In: Materia Therapeutica. (Wien, 1970). Kinderman, William. Beethoven. (New York, 1995). Kinderman, William. Anton Schindler as Beethoven's biographer. In: Kunstwerk und Biographie. Gedenkschrift für Harry Goldschmidt. Herausgegeben von H-W.Heister. (Berlin, 2002) Kinderman, William. Die "Priesterin" und die Retterin. Über Geschlechterrolle in Leben und Kunst Beethovens. Der "männliche" und der "weibliche" Beethoven. (Bonn, 2003) Klapproth, John E. Beethoven's Only Beloved: Josephine! (Charleston, SC, USA, 2011) Klein, Rudolf. Beethovenstätten in Österreich. (Wien, 1970) Klein, Rudolf. Ludwig van Beethoven im Pasqualati-Haus. In: Beethoven. Musikergedenkstätten. Historisches Museum der Stadt Wien. (Wien, 1997) Klinger, Wolfram. Das Rätsel von Beethovens Gehörleiden. In: Bonner Beethoven-Studien. (2006) Knittel, K.M. Pilgrimages to Beethoven: Reminiscences by his contemporaries. In: Music and Letters. (2003) Klinger, Wolfram. Das Rätsel von Beethovens Gehörleiden. In: Bonner Beethoven-Studien. (2006) Klódner, Anton. Beethovens Brief an die Unsterbliche Geliebte. In: Hudební rozhledy. (1962/63) Kobald, Karl. Beethoven. Seine Beziehungen zu Wiens Kunst und Kultur, Gesellschaft und Landschaft. (Wien/München/Zürich, 1964) Köhler, Karl-Heinz. ...Tochter aus Elysium. Werden und Uraufführung der Neunten Sinfonie Ludwig van Beethovens und die abenteuerlichen Wege des zerteilten Autographs. (Frankfurt/Wien, 2000) Köhler, Karl-Heinz. '"...tausendmal leben!" Konversationen mit Herrn van Beethoven. (Leipzig, 1978) Kopitz, Klaus M. "Sieben volle Monate": Beethoven und Therese von Zandt. In: Musica. (1995) Kopitz, Klaus M. Antonie Brentano in Wien (1809-1812). Neue Quellen zur Problematik "Unsterbliche Geliebte". In: Bonner Beethoven-Studien. (Bonn, 2001) Kopitz, Klaus M. Das Beethoven-Erlebnis Ludwig Thiecks und Beethovens Zerwürfnis mit Fürst Lichnowsky. In: Österreichische Musikzeitung. (1998) Kopitz, Klaus M. Beethovens Wesen. Gedanken zu einer "Borderline-Persönlichkeit". In: Der "männliche" und der "weibliche" Beethoven. (Bonn, 2003) Kopitz, Klaus u. Rainer Cadenbach. Beethoven aus der Sicht seiner Zeitgenossen in Tagebuechern, Briefen, Gedichten und Erinnerungen. (Muenchen, 2009) Kopitz, Klaus Martin. Beethoven, Elisabeth Röckel und das Albumblatt "Für Elise". (Keulen, 2010) Krapf, Erich. Anna Maria Erdödy geborene Niczky. Impressum: Verein der Freunde der Beethoven-Gedenkstätte in Floridsdorf. (Wien, 1987) Kropfinger, Klaus. Beethoven. (Kassel/Stuttgart, 2001) Kretschmer, Helmut. Beethovens Spuren in Wien. (Wien, 1998) Krones, Hartmut. Ludwig van Beethoven. (Wien, 1999). Kross, Siegfried. Beethoven. Mensch seiner Zeit. (Bonn, 1980). Kruse, Matthias. Die Revolutionaerin und Menschheitszieherin Therese von Brunsvik - eine Seelenverwandte Ludwig van Beethovens. In: Jung-Kaiser, Ute u. Matthias Kruse. 1808 - ein Jahr mit Beethoven. Wegzeichen Musik 3. (Hildesheim, 2008) Kubba, Adam and M.Young. Ludwig van Beethoven: A Medical History. In: The Lancet. (1996). Küster, Konrad. Beethoven. (Stuttgart, 1994). Küthen, Hans-Werner. Eine Miszelle zur Beethoven-Ikonographie. Miniaturporträts von Ludwig van Beethoven und seiner "Unsterblicher Geliebten" Almerie Comtesse Esterházy. In: Bonner Beethoven-Studien. (Bonn, 2001). Kybalová, Ludmilla. Das grosse Bilderlexikon der Mode. (Prag, 1966). La Mara (Marie Lipsius). Beethoven und die Brunsviks. Nach Familienpapieren aus Therese Brunsviks Nachlass. (Leipzig, 1920). Ladenburger, Michael. Beethoven und sein Bonner Freundenkreis. Ausgewählte Dokumente aus der Sammlung Wegeler. (Bonn, 1998). Ladenburger, Michael und F.Grigat. Beethovens 'Mondschein-Sonate'. Original und romantische Verklärung. (Bonn, 2003). Lange-Eichbaum, Wilhelm und W.Kurth. Genie, Irrsinn und Ruhm. Neu bearbeitet von W.Ritter. (München/Basel, 1985). Larkin, Edward. Beethovens Medical History. In: M.Cooper. Beethoven, The last decade, 1817-1827. (Oxford/London, 1970). Leitzmann, Albert. Beethoven und Therese Malfatti. Eine kritische Studie. In: Deutsche Rundschau. (1911) Lemke, Ann Willison. Bettines Beethoven: Wahrheit und Dichtung. In: Massstab Beethoven? Komponistinnen im Schatten des Geniekults. (München, 2001). Ley, Stephan. Beethoven als Freund der Familie Wegeler-Breuning. (Bonn, 1927). Ley, Stephan. Ein Bild von Beethovens Unsterblicher Geliebten? In: Atlantis. (1933). Ley, Stephan. Beethovens Leben in authentischen Bildern und Texten. (Berlin, 1925). Ley, Stephan. Beethoven. Sein leben in Selbstzeugnissen, Briefen und Berichten. (Berlin, 1939). Ley, Stephan. Wahrheit, Zweifel und Irrtum in der Kunde von Beethovens Leben. (Wiesbaden, 1955). Lockwood, Lewis. Film Biography as Travesty: 'Immortal Beloved' and Beethoven. In: The Musical Quarterly. (1997). Lockwood, Lewis. Beethoven. The Music and the Life. (New York/London, 2003). Loesch, Heinz und C.Raab. Das Beethoven-Lexikon. (Laaber, 2007). Loos, Helmut et al. Beethoven und die Nachwelt. Materialien zur Wirkungsgeschichte Beethovens. (Bonn, 1986). Lorenz, Michael. "Viele glaubten und glauben, noch, absichtlich." Der Tod der Ludovica Siboni. In: Schubert durch die Brille. (1999) Lorenz, Michael. Commentary on Wawruch's report: Biographies of Andreas Wawruch and Johann Seibert, Schindler's Responses to Wawruch's Report and Beethoven's Medical Condition and Alcohol Consumption. In: The Beethoven Journal. (2007) Lüderitz, B. Beethoven's final illness. In: The Lancet. (1996) Ludewig, Reinhard und S.Seufert. Beethoven und das Gift im Wein. In: Ärzteblatt Sachsen. (2002) Lund, Susan. Raptus. A Novel about Beethoven. With Introductory Articles. (Melbourn, U.K., 1995) Lund, Susan. "The Visit That Beethoven Did Not Make": A Journey to the Brentanohaus in Winkel, Germany. In: The Beethoven Journal. (1998) Lux, Joseph. Beethovens unsterbliche Geliebte. (Berlijn, 1926) Macek, Jaroslav. Beethovens Freund Karl Peters und seine Frau. In: Beethoven und Böhmen. Herausgegeben von S.Brandenburg und M.Gutiérrez-Denhoff. (Bonn, 1988) MacArdle, Donald. Beethoven, Artaria, and the C. Major Quintet. In: The Musical Quarterly. (1948) Magnani, Luigi. I Quaderni di Conversazione di Beethoven. Deutsche Übersetzung von R.M.Gschwend. (München, 1967) Mai, François Martin. Diagnosing Genius: The Life and Death of Beethoven. (Montreal, 2007) Mann, Werner. Beethoven in Bonn. Seine Familie, seine Lehrer und Freunde. (Bonn, omstreeks 1982). Marek, George. Beethoven. Life of a genius. Deutsche Übertragung von R.Kebelmann. (München, 1970). Maruyama, Keisuke. Die Sinfonie des Prometheus. In: Musik-Konzepte. (1987). Marx, Adolf. Ludwig van Beethoven. Leben und Schaffen. Eerste druk omstreeks 1865. (Leipzig, 1902). Massin, Jean und Brigitte. Ludwig van Beethoven. Deutsche Übersetzung von C.Mai. (München, 1970). Massin, Jean et Brigitte. Recherche de Beethoven. (Paris, 1970). Maurois, André. Mystère des amours. In: Beethoven, das Genie und seine Welt. Deutsche Übersetzung von E.Heuser und K.Bellerstein. (München, 1963). May, Jürgen. Beethoven and Prince Lichnowsky. In: Beethoven Forum. (1994). Meredith, William. Moral Musings: Testing the Candidacy of Almerie Esterhazy against the Antonie Brentano Theory. In: The Beethoven Journal. (2000). Meredith, William. Beethoven Papers Read at the 2001 Meeting of the American Musicological Society. In: The Beethoven Journal. (2002). Meredith, William. The peripathetic journey and history of the Beethoven's skull fragments. In: The Beethoven Journal. (2005/6). Moering, Renate. Bettine von Arnims literarische Umsetzung ihres Beethoven-Erlebnisses. In: Der "männliche" und der "weibliche" Beethoven. (Bonn, 2003). Moore, Julia. Beethoven and inflation: hol' der Henker das Ökonomisch-musikalische! In: Beethoven Forum. (1992). Mühlbrecht, Otto. Beethoven und seine Werke. (Leipzig, 1866). Münster, Robert. Anna Maria Gräfin Erdödy. In: J.Fischer. Münchener Beethoven-Studien. (München, 1992). Nettl, Paul. Beethoven und seine Zeit. (Frankfurt, 1958) Neumayr, Anton. Musik und Medizin. (Wien, 1987) Neumayr, Anton. Berühmte Komponisten im Spiegel der Medizin. (Wien, 2007) Newman, Ernest. The Unconscious Beethoven. (New York, 1927) Noering, Ulrich. Beethoven und Ungarn. (Budapest, 1995) Nohl, Ludwig. Beethovens Leben. Vier delen. Eerste druk 1864/70. (München/Leipzig, 1909). Nottebohm, Gustav. Beethoveniana. Aufsätze und Mitteilungen. (Leipzig, 1872). Nottebohm, Gustav. Zweite Beethoveniana. Nachgelassene Aufsätze. (Leipzig, 1887). O'Shea, John. Music and medicine. (London, 1990). Querido, Isaac. De jeugd van Beethoven. (Amsterdam, 1919). Paap, Wouter. Ludwig van Beethoven. (Amsterdam, omstreeks 1935). Palferman, Thomas. Beethoven's Medical History: Themes and Variations. In: The Beethoven Journal (1992). Palferman, Thomas. Beethovens nephropathy and death. In: Journal of the Royal Society of Medicine. (1995). Petrás, Stanislav. Kastiel' Dolná Krupá. (Dolná Krupá, 1999). Pfohl, Ferdinand. Beethoven. (Leipzig, 1922). Pfordten, H. von der Beethoven. (Leipzig, 1907). Pichler, Ernst. Beethoven. Mythos und Wirklichkeit. (Wien/München, 1994). Pulkert, Oldrich. Beethovens "Unsterbliche Geliebte". In: Ludwig van Beethoven im Herzen Europas. Leben und Nachleben in den bömischen Ländern. (Prag, 2000). Zie ook bij Celeda. Pulkert, Oldrich. Almerie Esterházy Revisited. In: The Beethoven Journal. (2002). Zie ook bij Celeda. Raab, Armin. Beethovens Mutter - Legenden und Tatsachen. In: Bonner Beethoven-Studien. (Bonn, 1999). Raab, Claus. Merkwürdige Geschichten und Gestalten um einen Walzer: Ludwig van Beethovens Diabelli-Variationen op.120. (Saarbrücken, 1999). Racek, Jan. Beethoven und Goethe in Teplitz. In: Studien zur Musikwissenschaft. (1962). Racek, Jan. Beethoven auf Schloss Grätz bei Troppau in den Jahren 1806 und 1811. In: Beethoven-Symposion. Herausgegeben von E.Schenk. (Wien, 1970). Racek, Jan. Wann und wo entstand Beethovens Brief an die "Unsterbliche Geliebte". In: Mitteilungen der Kommission für Musikforschung. (Wien/Köln/Graz, 1972). Reiter, Christian. Beethovens Todesursachen und seine Locken. In: Mitteilungsblatt der Wiener Beethoven-Gesellschaft. (2007) Reiter, Christian. The Causes of Beethoven's Death and His Locks of Hair: A Forensic-Toxicological Investigation. In: The Beethoven Journal. (2007) Ries, Ferdinand und F.Wegeler. Biographische Notizen über Ludwig van Beethoven. Oorspronkelijke uitgave 1838. Neudruck von A.C.Kalischer. (Berlin/Leipzig, 1906). Riezler, Walter. Beethoven. (Berlin/Zürich, 1942). Robbins Landon, H.C. Beethoven. Eerste druk 1970. (London/Zürich, 1974). Robbins Landon, H.C. Beethoven - und Fidelio (Leonore). In: Beethoven. Musikergedenkstätten. Historisches Museum der Stadt Wien. (Wien, 1997). Rolland, Romain. La vie de Beethoven. Nederlandse vertaling door J.de Jong, herzien door M.Boereboom. (Amsterdam, 1927) Rolland, Romain. Beethoven. Les grandes époques créatrices. Deutsche Übersetzung von Th.Mutzenberger. (Leipzig, 1930) Rolland, Romain. Beethoven. Authorisierte Deutsche Übersetzung von L.Langnese-Hug. (Zürich, 1920). Roos, Harke de. Beetgenomen door Beethoven. Nieuwe oplossingen voor oude raadsels. (Katwijk, 1990). Rose, Bernard and J.Ellison. Immortal Beloved. (London, 1994). Rothstein, Edward. Beethoven at dusk. In: The New Republic. (1988). Scherf, Horst. 'Er trank masslos viel Wasser'. In: Euromed. (1970). Scherf, Horst. Die Legende vom Trinker Beethoven. In: J.Fischer. Münchener Beethoven-Studien. (München, 1992). Schiedermair, Ludwig. Der junge Beethoven. (Leipzig, 1925). Schindler, Anton. Biographie von Ludwig van Beethoven. Oorspronkelijke uitgave 1840. Neu hergestellt von E.Klemm. (Leipzig, 1970) Schlosser, Johann Aloys. Beethoven. Heruitgegeven als Beethoven. The first biography. Edited with an introduction and notes by B.Cooper and translated by R.Pauly. (Portland, Oregon, 1996). Schmidt, Leopold. Beethoven. Werke und Leben. (Berlin, 1924). Schmidt-Görg, Joseph. Beethoven. Die Geschichte seiner Familie. (Bonn, 1964). Schmidt-Görg, Joseph. Wasserzeichen in Beethoven-Briefen. In: Beethoven-Jahrbuch 1961/64. (Bonn, 1966). Schmidt-Görg, Joseph. Wer war "die M." in einer wichtigen Aufzeichnung Beethovens? In: Beethoven-Jahrbuch 1961/64. (Bonn, 1966) Schmidt-Görg, Joseph. Neue Schriftstücke zu Beethoven und Josephine Gräfin Deym. In: Beethoven-Jahrbuch 1965/68. (Bonn, 1969) Schmidt-Görg, Joseph and H.Schmidt. Ludwig van Beethoven. Bicentennial edition. (Hamburg, 1970). Schmidt-Görg, Joseph. Beethoven. Dreizehn unbekannte Briefe an Josephine Gräfin Deym, geb.v.Brunsvik. Neu herausgegeben von S.Brandenburg. (Bonn, 1986). Schmidt-Görg, Joseph. Des Bonner Bäckermeisters Gottfried Fischer Aufzeichnungen über Beethovens Jugend. (Bonn, 1971) Schmitt, Ulrich. Revolution im Konzertsaal. (Mainz, 1990). Schmitz, Arnold. Das Romantische Beethovenbild. (Bonn, 1927). Schönbauer, Leopold. Das medizinische Wien. (Wien, 1947). Skwara, Dagmar und R.Steblin. Ein Brief Christoph Freiherr von Stackelberg an Josephine Brunsvik-Deym-Stackelberg. In: Bonner Beethoven-Studien. (2007). Schwarz-Danuser, Morika. Wie kam das Autograph der 'Appassionata' nach Paris? In: Massstab Beethoven? Komponistinnen im Schatten des Geniekults. (München, 2001). Schweisheimer, Waldemar. Beethovens Leiden. Ihr Einfluss auf sein Leben und Schaffen. (München, 1922). Schweisheimer, Waldemar. Haben Sie den Meister richtig behandelt? In: Med.Welt (1959). Scott, Marion. Beethoven. Heruitgave, eerste druk 1899. (London, 1934). Seyfried, Ignaz. Eine biographische Skizze. In: Ludwig van Beethovens Studien in Generalbass. Oorspronkelijke uitgave 1832. Geheel herziene uitgave uit 1852 door H.Pierson. Facsimile heruitgave hiervan, waarin opgenomen Nottebohm, Zweite Beethoveniana. (Hildesheim, 1967). Sharma, O. Beethoven's illness: Whipple's disease rather than sarcoidosis? In: Journal of the Royal Society of Medicine. (1994) Skwara, Dagmar und R.Steblin. Ein Brief Christoph von Stackelbergs an Josephine Brunsvik-Deym-Stackelberg. In: Bonner Beethoven-Studien. (2007) Smolle, Kurt. Beethovens Unsterbliche Geliebte. (Wien, 1947). Smolle, Kurt. Wohnstätten Ludwig van Beethovens von 1792 bis zu seinem Tod. (Bonn, 1970). Solomon, Maynard. New light on Beethoven's letter to an unknown woman. In: The Musical Quarterly. (1972). Solomon, Maynard. Antonie Brentano & Beethoven. (Oxford, 1977). Solomon, Maynard. Beethoven. (London/New York, 1977). Solomon, Maynard. Beethoven Essays. (London/New York, 1988) Solomon, Maynard. Beethoven, Freemasonry and the Tagebuch of 1812-1818. In: Beethoven Forum. (2000) Sonneck, O.G. The riddle of the Immortal Beloved. (New York, 1927) Specht, Richard. Bildnis Beethovens. (Hellerau bei Dresden, 1930) Stadlaender, Chris. 'Ewig unbehaust und verliebt...' Beethoven und die Frauen. (Wien, 2001) Staehelin, Martin. Beethovens Brief an der Freiherrn von Schaden von 1787. (Bonn, 1982) Steichen, Dana. Beethoven's Beloved. (New York, 1959) Steblin, Rita. Beethovens Lebensmaske in einem Bericht von C.F.Pohl. In: Mitteilungsblatt der Wiener Beethoven-Gesellschaft. (1996) Steblin, Rita. Josephine Gräfin Brunswick-Deyms Geheimnis enthüllt. In: Österreichische Musikzeitschrift. (2002) Steblin, Rita. "Höchle zeichnete mir diesen Leichenzug" Anton Gräffer, Johann Nepomuk Hoechle und die verschollene Zeichnung von Beethovens Begräbnisfeier. In: Wiener Geschichtsblätter. (2004) Steblin, Rita. Reminiscenses of Beethoven in Anton Gräffer's unpublished memoirs. In: Bonner Beethoven-Studien. (2005) Steblin, Rita. "Auf diese Art met A geht alles zu Grunde". A new look at Beethoven's Diary Entry and the "Immortal Beloved". In: Bonner Beethoven-Studien. (2007) Steblin, Rita. Beethovens "Unsterbliche Geliebte". Des Rätsels Lösung. In: Österreichische Musikzeitschrift. (2009) Steblin, Rita. A Dear, Enchanting Girl
Who Loves Me and Whom I Love: New Facts about Beethoven's Beloved Piano
Pupil Julie Guicciardi. In: Bonner Beethoven-Studien. (2009). Stöhr, August Leopold. Kaiser Karlsbad und dieses weit berühmten Gesundheidsortes Sehenswürdigkeiten, für Kurgäste, Nichtkurgäste und Karlsbader selbst. Zweyte, vermehrte Auflage. (Karlsbad, 1812) Sullivan, J.W.N. Beethoven. His spiritual development. (New York, 1927) Tellenbach, Marie-Elisabeth. Beethoven und seine "Unsterbliche Geliebte" Josephine Brunswick. (Zürich, 1984) Tellenbach, Marie-Elisabeth. Noch eine Geliebte Beethovens gefunden - oder erfunden? In: Musica. (1995) Tellenbach, Marie-Elisabeth. Die Bedeutung des Adler-Gleichnisses in Beethovens Brief an Therese Gräfin Brunswick. In: Die Musikforschung. (1999) Tenger, Mariam (pseudoniem van Marie Hepke-von Hrussoczy). Recollections of Countess Theresa Brunswick (Beethovens "Unsterbliche Geliebte"). Translated by G.Russell. (London, 1893) Thayer, Alexander Wheelock. The life of Ludwig van Beethoven. Edited, revised and amended from the original English manuscript and the German editions of Hermann Deiters and Hugo Riemann, concluded and all the documents newly translated by Henry Edward Krehbiel. Drie delen. (New York, 1921) Thayer, Alexander Wheelock. Ludwig van Beethovens Leben. Band I-III, hrgs. von Hermann Deiters, Berlin, 1866-79; Band IV-V, hrgs. von Hugo Riemann, Leipzig, 1907-1908; translated, revised and updated by Elliot Forbes as Thayer's life of Beethoven. Twee delen. Oorspronkelijke uitgave vanaf 1860. (Princeton, 1964/7) Thomas-San-Galli, W.A. Die Unsterbliche Geliebte Beethovens. Amalie Sebald. Lösung eines vielumstrittenen Problems. (Halle, 1909) Unger, Max. Beethovens Teplitzer Badereisen von 1811 und 1812. In: Neue Musik-Zeitung. (1918) Unger, Max. Ein Schweizer Beethovensammlung. In: Neues Beethoven-Jahrbuch. (1933) Unger, Max. Zum Problem von Beethovens Unsterbliche Geliebte. In: Musikalisches Wochenblatt. (1909) Unger, Max. Auf Spuren von Beethovens "Unsterblicher Geliebten". (Langensalza, 1911) Unger, Max. Beethovens Handschrift. (Bonn, 1926) Valentin, Erich. Beethoven. Ein Bildbiographie. Nederlandse vertaling door J.M.Komter. (Den Haag, 1964) Volkmann, Hans. Beethovens Friedensmotiv und andere Beethovenaufsätze. (Hamburg, 1947) Walden, Edward. Beethoven's letters to Bettina von Arnim. In: The Beethoven Journal. (1999) Walden, Edward. Beethovens "Immortal Beloved": Arguments in support of the candidacy of Bettina Brentano. In: The Beethoven Journal. (2002) Walden, Edward. Beethoven's Immortal Beloved. Solving the Mystery. (Plymouth, UK, 2011) Wallner, Viktor. Ludwig van Beethoven und Baden. (Baden, 1998) Walsh, William J. Press release of October 17 of The Health Institute and Pfeiffer Treatment Center on the chemical study of Beethoven's hair. (Naperville, USA, 2000) Wawruch, Andreas. Ärztliche Rückblick auf L.van Beethovens letzte Lebensepoche. (Leipzig, 1843) Waugh, Norah, The cut of womens cloting, 1600-1930. (New York, 1968) Weiss, Rick. Study Concludes Beethoven Died of Lead Poisoning. In: The Washington Post. (6 december, 2005) Wentges, R.Th.R. Het verdwenen rotsbeen. In: De loden last. Beroemdheden en hun ziektes. Onder redactie van J.J.E. van Everdingen en F.A.E.M.Meulenberg. (Amsterdam, 1994) Wessely, Othmar. Zur Geschichte des Equals. In: Beethoven-Studien. Werk und Vermächtnis. (Wien, 1970) Wessem, Constant van. Beethoven. (Utrecht, 1947) Wetzstein, Margot. "Ich bin in Todesangst wegen dem Quartet". Aus Beethovens letzten Jahren. (Bonn, 2001) Wetzstein, Margot. Familie Beethoven in Kurfürstlichen Bonn. Neuauflage nach den Aufzeichnungen des Bonner Bäckermeisters Fischer. (Bonn, 2006) Wiemann, Martha en K.Storck. Wege zu Beethoven. Ein volkstümliches Beethoven-Buch. (Regensburg, 1938) Wien: Politische Geschichte. Entwicklung und Bestimmungskräfte grossstädtischer Politik. Teil 1: 1740-1895. (Wien, 1985) Willander, Alfred. Beethoven und Baden. (Baden, 1989) Wolf, Stefan. Beethovens Neffenkonflikt. (München, 1995) Wruss, Michael. Beethoven und England. (Wien, 2001) Zanden, Jos van der. Beethoven. Nieuwe onthullingen. (Haarlem, 1993) Zanden, Jos van der. Beethoven in zijn brieven. (Haarlem, 1997) Zanden, Jos van der. Love or pity? A musical message from Beethoven's grandfather. In: The Beethoven Journal. (2000) Zanden, Jos van der. Ferdinand Ries in Wien - Neue Perspektiven zu den 'Notizen'. In: Bonner Beethoven-Studien. (Bonn, 2005) Zobeley, Fritz. Beethoven. Veertiende druk. (Hamburg, 1981) |
|
XIII PERSONENREGISTER Toelichting |
A B C D E F G H J K L M N O P R S T V W Z
| XIV Index |
| Handleiding bij het zoeken naar specifieke informatie |
|
|
Afbeeldingenlijst |
|
Beethoven, op
chronologische volgorde In de portrettengalerij 'Gallery of genuine pictures' zijn de volgende afbeeldingen van hem te zien - Omstreeks 1784, schilderij door een onbekende - Omstreeks 1800, gravure door Neidl (naar Stainhauser) - 1801, schilderij door Riedel (naar Stainhauser) - In 1802, miniatuur door Hornemann - In 1804/5, schilderij door Mähler - In 1806, schilderijen door Neugass en Heckel - Omstreeks 1808, tekening door Schnorr von Garoldsfeld - In 1812, borstbeeld en masker door Klein - In 1814, gravure door Höfel (naar Letronne) - In 1815, schilderij door Mähler - Omstreeks 1815, tekening door Hippius - Omstreeks 1816, schilderij door Schimon - In 1818, tekening door Klöber - In 1819, tekening door Hochenecker - In 1819/20, schilderij door Stieler - In 1820-26, karikaturen door Böhm, Lyser, Weidner, Hoechle en Tejeck - In 1823, tekening door Klosson - In 1823, schilderij door Waldmüller - In 1824, tekening door Decker - In 1827, tekening door Danhauser van Beethovens gezicht op zijn sterfbed - In 1827, tekening door Teltscher van Beethoven op zijn sterfbed - Beethovens dodenmasker door Danhauser Beethovens familie Zie de portrettengalerij 'The Beethoven family' voor - Grootvader Louis - Veronderstelde, maar waarschijnlijk onechte portretten van de ouders - Broer Johann Nikolaus - Neef Karl als jongeman - Neef Karl als man van middelbare leeftijd Overige portretten van personen uit Beethovens leven, op alfabetische volgorde Zie de portrettengalerijen 'The Breuning family' 'The Brunswick family' 'The Brentano family and the Erdödy family' 'Other persons (men)' 'Other persons (women)' voor - Amenda, Karl, kortstondig Beethovens goede vriend - Bigot, Marie, Beethovens flirt in 1807 - Brentano, Franz en Antonie, Beethovens goede vrienden - Brentano, Bettina, Beethovens flirt van 1810 - Breuning, Gerhard, zoon van Stephan, auteur van memoires over Beethoven - Breuning, Stephan, Beethovens oudste (jeugd)vriend - Brunswick, Franz, Therese en Charlotte, Beethovens goede vrienden - Brunswick, Josephine, Beethovens beminde in 1805/6 - Czerny, Carl, Beethovens belangrijkste leerling - Deym, Joseph, echtgenoot van Josephine Brunswick, kortstondig bevriend met Beethoven - Erdödy, Marie, Beethovens leerlinge en goede vriendin - Erdödy, Peter, kennis van Beethoven, Maries (ex)echtgenoot - Ertmann, Dorothea, Beethovens leerlinge en goede vriendin - Gleichenstein, Ignaz, Beethovens goede vriend - Guicciardi, Giulietta, Beethovens leerlinge en beminde in 1800/1 - Habsburg, Rudolph, Beethovens belangrijkste mecenas en leerling - Keglevics, Barbara, Beethovens leerlinge - Kinsky, Ferdinand, Beethovens mecenas - Holz, Karl, Beethovens secretaris en vriend van zijn laatste jaren - Levin, Rahel, kortstondig bevriend met Beethoven - Lichnowsky, Carl en Christiane, Beethovens mecenassen - Liechtenstein, Josepha, Beethovens leerlinge en mecenas - Lobkowitz, Joseph en Caroline, Beethovens mecenassen - Malfatti, Therese, Beethovens 'huwelijksproject' in 1810 - Neefe, Christian Gottlied, Beethovens leraar in Bonn - Pachler, Marie, kortstondig met Beethoven bevriend - Ries, Ferdinand, Beethovens leerling, vriend en auteur van memoires over Beethoven - Schindler, Anton, Beethovens vriend, secretaris en oerbiograaf - Sebald, Amalie, Beethovens flirt in 1811/12 - Sontag, Henriette, Beethovens sopraan bij de première van de negende symfonie - Unger, Caroline, Beethovens alt bij de première van de negende symfonie - Wawruch, Andreas, Beethovens laatste arts - Wegeler, Franz, Beethovens (jeugd)vriend en auteur van memoires over Beethoven - Weissenbach, Aloys, kortstondig Beethovens arts en vluchtige vriend - Westerholt, Marie, Beethovens beminde toen hij nog in Bonn woonde - Zmeskall, Nikolaus, jarenlang Beethovens goede vriend
Overige afbeeldingen, op alfabetische volgorde Beethovens (mogelijke) vrouwelijke kennissen, op alfabetische volgorde van
gewoonlijk gebruikte voornaam, te vinden in de volgende hoofdstukken
Idem, op alfabetische volgorde van
achternaam (meisjesnaam of naam van de echtgenoot) |
|
Zakenregister |
| Almerie
Murray, geboren Esterházy, Beethovens
onsterfelijke geliefde? Nieuwe hypothese IV
Amalie
Sebald, Beethovens flirt van 1811/12 Amenda, zie Anna Hauptmann,
geboren Milder, zangeres Antonie Brentano, geboren Birkenstock,
goede vriendin van Beethoven Babette Koch, jeugdvriendin van
Beethoven Barbara Keglevics, pianoleerlinge van
Beethoven Barbara Tschoffen, geboren Puthon,
Beethovens onsterfelijke geliefde? Beethovens belevenissen in detail in het
jaar Beethovens reis naar Bohemen in 1812,
zie Beethovens relatie met diverse
mannelijke kennissen, relevant op deze site, zie Beethovens relatie met diverse
vrouwelijke kennissen, relevant op deze site, zie Beethovens relatie met zijn broers (beknopt
overzicht) Beethovens relatie met zijn broers (uitwerking),
zie Beethovens relatie met zijn neef Karl,
zie Beethovens relatie met zijn ouders en grootvader VII.1 Beethovens relatie met zijn
schoonzusters, zie Bernard, Carl
Joseph, rond 1819 beethovens vriend en schoolhoofd van neef Karl
Bertolini,
Joseph, Beethovens
huisarts omstreeks 1814 Bettina Brentano,
schoonzuster van Antonie, Beethovens flirt van
1810 Bigot, zie Brentano, zie Breuning, zie Brief aan de Unsterbliche Geliebte (volledige tekst) III en afbeelding van het slot in de portrettengalerij bij Other pictures Briefwisselingen, (dagboek)aantekeningen
en (latere) getuigenissen van/over Broer Nikolaus Johann Brunswick, zie Buitenechtelijke kinderen van Beethoven? Carl Peters, vriend van Beethoven,
enige tijd Neef Karls voogd Beethovens hulp bij de opvoeding van zijn neef II.4 bij 1819 Discussie De betekenis van Peters' echtgenote en andere promiscue gehuwde dames XI.5 Caroline Lobkowitz,
echtgenote van Joseph, Beethovens mecenas Charlotte Brunswick,
zuster van Josephine, Therese en Franz, kennis van Beethoven
Christine Gerhardi, zangeres, kennis van
Beethoven Dagboeken en andere aantekeningen van Deym, Joseph, zie Doodsoorzaak Doofheid Dorothea Ertmann, geboren Graumann,
pianoleerlinge en goede vriendin van Beethoven Elisabeth von der Recke, kennis van
Beethoven Erdödy, zie Esterházy, zie Ertmann, zie Familierelaties van Beethoven met zijn
broers en schoonzusters Familierelaties van Beethoven met zijn ouders en grootvader VII.1 Fanny Giannatasio del Rio, kennis van
Beethoven Franz Brunswick, broer van
Josephine, Therese en Charlotte, goede vriend van Beethoven Geschiedenis van de familie Beethoven Giannatasio del Rio, zie Giovanni Malfatti,
enige tijd Beethovens huisarts, familie van Teresa Malfatti Giulietta
Guicciardi, door Beethoven bemind? Goethe,
ontmoetingen met Beethoven in 1812
in Bohemen Grootvader, zie Guicciardi, zie Hauptmann-Milder, zie Heiligenstädter Testament (tekst en betekenis) IX.2 Henriëtte Sontag, zangeres, kennis van
Beethoven Hermenegild Esterházy
(Marie Josepha), echtgenote van Nikolaus Holz, zie Initialen in Beethovens aantekeningen Jeanette d'Honrath, jeugdvriendin van
Beethoven Johann van Beethoven,
vader, zie Johanna van Beethoven, geboren Reiss,
Beethovens schoonzuster vanaf mei 1806 en Karl van Beethovens moeder Huwelijk met Carl en het verloop daarvan II.1 t/m 3 bij 1806 e.v. Relatie met Ludwig II.3/4 bij 1813 e.v. Discussie Ludwigs mening over haar (beknopt) VII.1 Huwelijk met broer Carl VII.1 en VIII.1/4 Hypothese van De Roos (Johanna als Ludwigs geliefde, Karl als zijn zoon) VII.2/3 en VIII.1/3 Hypothese van Rose (Johanna als de Unsterbliche Geliebte, Karl als Ludwigs zoon) VIII.4 Hypothese van Solomon (Ludwig tevergeefs verliefd op Johanna) VII.2/3 en VIII.1/3 Hypothese van de Sterba's (psychopathologie) VII.2/3 en VIII.1/3 Voogdijkwestie (biografisch onderzoek) VII.2/3 Voogdijkwestie (hypotheses en conclusies) VIII.1/3 Josepha Liechtenstein, pianoleerlinge van Beethoven Rol in Beethovens leven VI.4 Portret in de portrettengalerij bij Other persons (women) Josephine Deym-Stackelberg, geboren
Brunswick, zuster van Franz, Charlotte en Therese, Beethovens beminde in de periode 1804/9
Karl Amenda, innig bevriend
met Beethoven Karl van Beethoven, zie Karl Joseph Brentano als Beethovens zoon VI.3 Karoline Unger, zangeres, kennis van
Beethoven Keglevics, zie Khevenhüller, zie Koch, zie Leonore Breuning, jeugdvriendin van
Beethoven Levin, zie
Lichnowsky, zie Lobkowitz, zie Louis van Beethoven (grootvader) Magdalene Willmann, zangeres, Beethovens
beminde rond 1795? Malfatti, zie Maria Anna Liechtenstein, geboren
Khevenhüller, Beethovens onsterfelijke geliefde? Marie Bigot, pianiste, Beethovens flirt
van 1807 Marie (Anna Maria) Erdödy, geboren
Niczky, pianoleerlinge en goede vriendin
van Beethoven Marie Leopoldine
Liechtenstein Marie Pachler, pianiste, kennis van
Beethoven Marie Westerholt, jeugdvriendin van
Beethoven Miniatuur (misschien) van Giulietta
Giucciardi in Beethovens bezit Miniatuur van een onbekende vrouw in
Beethovens nalatenschap aangetroffen Minona Stackelberg als Beethovens dochter VI.3 Murray, zie
Nannette Streicher, geboren Stein,
pianobouwer, goede kennis van
Beethoven Neef Karl Nikolaus Johann van Beethoven, zie
Nikolaus Zmeskall, Beethovens
ouwe, trouwe vriend Obermayer, zie Oliva's opmerking over een onbekende vrouw en haar muzikale kind in een conversatieboekje van 1819 VI.3 bij Oliva en de waarheid Ouders Overzicht van de hypotheses voor de Unsterbliche Geliebte V.1 en 2 Pachler, zie Peters, zie Portret (zelfportret?) van Therese
Brunswick in Beethovens bezit, zie Psychoanalyse van Beethoven XI.5 Puthon, zie Recke, zie Reis naar Bohemen in 1812 door Beethoven Reiss, zie Schindler, Anton
Felix, Beethovens 'secretaris
zonder salaris' en zijn oerbiograaf Sontag, zie Stackelberg,
Christoph, zie Staudenheim,
Jacob, enige tijd Beethovens (huis)arts Stephan en Gerhard Breuning
(vader en zoon), Beethovens
(jeugd)vriend en zijn zoon, arts en biograaf Tschoffen, zie Teresa Malfatti, Beethovens beminde in
voorjaar 1810? Thayer, Alexander
Wheelock, onvolprezen biograaf, over
Therese van Beethoven, geboren
Obermayer, Beethovens schoonzuster vanaf november 1812 Unger, zie
Unsterbliche Geliebte Varnhagen, August, kennis van Beethoven Vering, zie Voogdijkwestie Vrouwen in Beethovens leven
(algemeen) Weissenbach, arts,
bezoekt Beethoven in 1814 en schrijft erover Westerholt, zie Willmann, zie Woningen-chronologie van Beethovens
adressen Ziektegeschiedenis en oorzaken van
Beethovens doofheid en levercirrose Zmeskall, zie |