II CATALOGUS VAN BEETHOVENS WERKEN - Informatie en toelichting
Indeling van deze catalogus
De composities zijn gerangschikt respectievelijk op:
  1. opusnummer (zie hieronder bij
    Indeling op opusnummer)
  2. compositiejaar (zie hoofdstuk II.2)
  3. categorie (zie hoofdstuk II.3).

Wat staat waar?
De lijst op opusnummer verschaft de meest complete en feitelijke informatie over een compositie, waarbij geldt dat:

  1. het compositiejaar in alledrie de lijsten staat
  2. een bijnaam in de lijst op opusnummer staat
  3. details over het instrumentarium en de eerste openbare uitvoering in de lijst op opusnummer staan
  4. gegevens over de eerste publicatie vermeld worden bij de besprekingen van de composities in de hoofdstukken IV.3.2, V.3.2, VI.3.2 en VII.3.2
  5. officiële en officieuze opdrachten ter sprake komen bij de besprekingen in de hoofdstukken IV.3.2, V.3.2, VI.3.2 en VII.3.2
  6. de namen van Beethovens vele tekstdichters in de lijst op opusnummer staan.

Anders gerangschikt:

  1. in de lijst op opusnummer: compositiejaar, bijnaam, het instrumentarium, eerste openbare uitvoering, tekstdichters
  2. in alledrie de lijsten: compositiejaar
  3. in de besprekingshoofdstukken (IV.3.2, V.3.2, VI.3.2 en VII.3.2): opdrachten, gegevens over de eerste publicatie

Zie hieronder voor een toelichting.

1. Het compositiejaar
Beethoven was een trage, moeizame, perfectionistische werker en het duurde vaak lang voordat hij een compositie als klaar beschouwde, uiteraard vooral de grotere stukken. De musicoloog Van der Zanden gebruikte eens het woord 'aartsploeteraar' voor Beethoven en dat is wel terecht. Soms begon hij aan een compositie en legde het stuk dan een hele tijd weg, soms bleef hij er eindeloos aan sleutelen, zodat het hele proces vaak meer dan een jaar of zelfs meerdere jaren besloeg. Enkele uitzonderingen daargelaten heb ik zoveel mogelijk het begin van het compositieproces aangehouden, waarbij ik me in eerste instantie heb laten leiden door Cooper, maar later hier en daar heb laten corrigeren, vooral door Kropfinger, soms door anderen. Beide auteurs treft men uiteraard aan in de bibliografie. Van sommige werken is de ontstaansdatum nog steeds onzeker en ik heb dat in alle lijsten aangegeven met een vraagteken en in de lijst op compositiedatum in relevante gevallen met een tilde, waarmee ik bedoel aan te geven dat het stuk uit ongeveer het gekozen jaar dateert. Ook kwam het wel voor dat Beethoven werken uit verschillende jaren bundelde en samen uitgaf, dan wel hebben zijn erflaters dat gedaan. Ik heb de gevallen waarin het onmogelijk was te kiezen voor een bepaald jaar van compositie, dit aangegeven met een schuine streep tussen de relevante jaren of met het woordje 'herzien'.

2. Een bijnaam van een muziekstuk
Dit staat op twee manieren vermeld: indien Beethoven de naam zelf gaf, staat deze er direct voor of achter; indien de naam later ontstond, wordt deze vooraf gegaan door de woorden 'bekend als'.

3. Details over het instrumentarium
Bedoeld wordt het/de instrument(en) waarvoor Beethoven een bepaalde compositie had bedoeld. Soms ontbreekt het, namelijk in die gevallen waarin hij de uitvoerenden de keuze had gelaten, dan wel die gevallen waarin het niet relevant was, zoals bij de canons waarmee hij bezoekers verraste of die hij in brieven schreef bij wijze van groet of grap.

4. De eerste publicatie
Gegevens hierover staan bij de bespreking van het werk achter het werknummer, tussen haakjes en voorzien van een *. Maar in geval van een postume eerste uitgave ontbreken naam en adres van de uitgever en in die gevallen waarin ik het correcte jaar niet heb kunnen achterhalen, ontbreekt ook het jaartal. Uiteraard is dit laatste slechts het geval bij de WoO- en Hess-nummers. De gegevens over de uitgave van de opusnummers zijn door Beethoven zelf vastgelegd en dus ruimschoots bekend. Maar bij de WoO- en Hess-nummers zijn zowel de datum van de eerste gedrukte uitgave als de naam van de uitgever nog wel eens onzeker en onderwerp van voortdurend onderzoek door deskundigen.

5. De opdrachten
75% van Beethovens opdrachten hadden niets te maken met zijn privé-leven, noch met de politiek of de cultuur. Gewoonlijk had een opdracht een financiële achtergrond, soms direct, soms indirect. Dit lijkt erg berekenend, maar men bedenke dat het niet bepaald eenvoudig was om toen als zelfstandig kunstenaar de kost te verdienen. In die barre tijden zonder enig auteursrecht en bescherming van overheidswege werd men wel gedwongen hard te onderhandelen over de prijs. Ook Haydn en Mozart hakten met dit bijltje, tot hun beider ongenoegen. Hun brieven tonen zowel hun ergernis als hun opportunisme. Aan Beethovens opdrachten die uitsluitend een financiële achtergrond hadden, besteed ik dan ook weinig aandacht. Ik vermeld ze, maar daar blijft het bij. Overigens wisselde het bestand van Beethovens mecenassen in de loop der jaren nogal. Met sommigen bekoelde de relatie, anderen verloren hun geld en/of hun interesse. Ook verloor hij diverse beschermheren aan de dood. Veel interessanter dan de opdrachten om den brode zijn de opdrachten die niets te maken hadden met de kale strijd om het bestaan. Dat zijn er niet zoveel, want Beethoven sprong er zuinig mee om. Dus zijn ze des te spannender en ik besteed er dan ook uitvoerig aandacht aan, echter niet aan de vele canons die hij aan vrienden of bezoekers schonk. Weliswaar had dit niets met geldelijk gewin te maken, maar erg interessant zijn de opdrachten van deze giften meestal niet. Meestal was de reden een zeer triviale: een onverwachte ontmoeting, een gezamenlijk drinkgelag of een grapje tussen vrienden.

 
Beethovens handen, in 1818 getekend door Kloeber Beethovens handen, in 1823 getekend door Kloeber

Informatie over Beethovens nummering
Het hoogste opusnummer is 138. Dat lijkt niet zoveel, vergeleken bij bijvoorbeeld Mozart, wiens Köchel-Verzeichnis tot boven de 600 komt. Maar dat is maar schijn. Omdat Mozart niet zo erg aan opusnummering is toegekomen, waarschijnlijk door tijdgebrek, heeft ene Köchel zich van deze taak gekweten en hij zette gewoon alle werken afzonderlijk in volgorde van ontstaan (waarbij hij zich menigmaal stevig vergist schijnt te hebben, zo melden mij de deskundigen) op een rij en deelde nummers uit. Bij Schubert, Haydn, Bach, Vivaldi en menige andere andere componist is iets dergelijks gebeurd. De nummering bij Schubert bijvoorbeeld, die vrij veel korte liederen schreef, komt op deze wijze zeer ver boven de 1000 uit. Wat is het probleem bij Beethoven: hij was een bijkans dwangmatige perfectionist en deelde slechts opusnummers uit als hij het betreffende muziekstuk goed genoeg vond. Hij schreef zijn eerste uitgever dat hij gepubliceerde werken niet van een opusnummer wilde voorzien zolang hij het zelf niet goed genoeg vond en dat gebeurde pas in 1795, toen hij toch al heel wat had gecomponeerd. De vraag rijst dan: waren maar 138 composities goed genoeg in zijn kritisch oog? Neen, sommige opusnummers bevatten meerdere werken, zoals zijn opus 1, dat uit drie trio's voor viool, cello en piano bestaat. Opus 18 omvat zelfs zes omvangrijke strijkkwartetten, in navolging van zijn leermeester Haydn, die zijn kwartetten altijd in bundels placht uit te geven. Ook zijn enkele nummers onderverdeeld in a en b. Toch heeft Beethoven zeer veel meer werk uitgegeven zonder opusnummer. Kennelijk beschouwde hij al deze composities als broodschrijverij! Vele jaren na zijn dood plaatste men al dat ongenummerde werk, dat door de diverse deskundigen in de loop der jaren bij elkaar was geraapt en gerangschikt (onder anderen door Nottebohm in 1851, Marx in 1859, Thayer in 1860-65, Grove in 1911 en Bruers in 1950), op nieuwe lijsten, waarvan de Werke ohne Opuszahl (WoO), samengesteld door de heren Kinsky en Halm (1955), de belangrijkste bleek te worden, ook tegenwoordig nog ijverig gebruikt door zowel deskundigen als leken. Toch was ook deze lijst niet compleet en een andere lijst werd een goede concurrent: samengesteld door Hess (1957), die in eerste instantie beoogde alle aan Kinsky/Halm ontbrekende werken te verzamelen. Maar het uiteindelijke resultaat van zijn ijver was dat de lijsten elkaar voor een groot deel overlappen. Echter, net als alle andere lijsten zijn ook deze twee incompleet en tegenwoordig houdt onder andere de Nederlandse stichting 'Raptus' zich bezig met het ten gehore brengen van al het ontbrekende, uiteraard vaak slechts schetsen en fragmenten. In 1958 ondernam Biamonti een heroïsche poging Beethovens oeuvre te hernummeren, voornamelijk uitgaande van de chronologische volgorde, en hij kwam tot nummer 849. Het hoogste nummer van de WoO-lijst is 'slechts' 205, dat van de Hess-lijst is 335. De laatste twee zijn overigens voorzien van een Anhang met werken die óf zeer rudimentair, óf dubieus zijn, in die zin dat de componist niet met zekerheid kon worden vastgesteld, óf slechts als overlevering 'bestaan'. Toch ontbreekt er nog steeds het een en ander ook aan Biamonti (terwijl er wel stukjes op staan van slechts twee maten lang). Onlangs besloot Green de Hess-lijst aan een revisie te onderwerpen en nogmaals te publiceren. Het boek staat in de bibliografie. Het moet gezegd worden: het is een interessante poging. Maar voor de gebruiker is het de makke van de WoO-lijst dat er veel door Beethoven ongepubliceerd werk aan ontbreekt, terwijl het de makke van de Hess-lijst is dat diverse bekende, wel gepubliceerde werken aan ontbreken als gevolg van Hess' keuze zichzelf bepaalde beperkingen op te leggen. We zullen moeten wachten op de geheel herziene heruitgave van Beethovens oeuvre waar door uitgever Henle nu al een aantal jaren aan wordt gewerkt. Een kleine waarschuwing is op z'n plaats: de nummering van de WoO- en Hess-lijsten past zeer slecht bij de ontstaansdatum. Sommige lage nummers zijn veel later geschreven dan veel hogere nummers. Het moment van compositie en dat van uitgave en benummering lagen soms ver, soms zelfs zeer ver uit elkaar en het grootste deel van de WoO- en Hess-nummers werd nu eenmaal pas vele jaren na Beethovens dood uitgegeven. Daarom heb ik bij het indelen van mijn catalogus de voorkeur gegeven aan de datum van ontstaan boven de datum van uitgave, omdat de datum van compositie ons veel meer vertelt over de componist Beethoven. Sommige titels van liederen zal men overigens meerdere malen aantreffen. Beethoven vond deze teksten blijkbaar dermate boeiend dat hij er diverse toonzettingen voor fabriceerde, hoewel er soms ook een andere reden voor was. Komisch is in dit verband een opmerking op een manuscript met vier toonzettingen van een bepaalde tekst, waarin hij schrijft dat hij geen tijd had iets goeds te fabriceren en 'dus' de uitgever vier probeersels toestuurt. Beginners die in het Duits verder willen studeren op het tijdpad van Beethovens complexe compositieproces, verwijs ik naar voortreffelijke boek van Kropfinger. Degene die Engels prefereert, doet er verstandig aan Barry Cooper en Green te lezen. Men raadplege desgewenst de bibliografie. Green biedt een leuk extraatje: een bruikbare concordantielijst, waarop Hess, Kinsky/Halm, Biamonti, Thayer, Grove, Nottebohm, Marx en Bruers figureren, aangevuld met zijn eigen revisie van de Hess-lijst. Tenslotte: de achtergrond van dit hoofdstuk is een tekening van Beethovens handen, gemaakt door Klöber, die hem in de jaren twintig bezocht en vervolgens tekende en schilderde.

Beethoven en zijn vele schetsen
Een enkel woord wijd ik hier aan het even boeiende als complicerende feit dat we bij Beethoven te maken hebben met een, voor zover ik weet, unieke situatie in de muziekgeschiedenis: hij heeft vrijwel al zijn schetsen bewaard. Anderen deden dat niet. Over het waarom van zijn bewaardrift valt uiteraard uitvoerig te speculeren, maar hoe interessant ook, dat is hier niet relevant. Wel relevant is een andere vraag: moeten deze schetsen ook worden uitgegeven, benummerd en toegevoegd aan de complete lijst met werken? En is het ook nodig al die krabbeltjes uit te voeren en/of op geluidsdrager vast te leggen? Wat het eerste betreft: ja. Wat het tweede betreft, heb ik mijn twijfels. Nummeren, publiceren en ergens in een archief goed opbergen lijkt me eigenlijk wel voldoende. Uiteraard zou het wel toegankelijk moeten zijn voor musicologen en musici. Maar ik denk dat het grote publiek niet direct zit te wachten op een CD met twintig losse schetsen voor een onvoltooid werk, laat staan op alle oefeningen in contrapunt die leerling Beethoven bij leraren Albrechtsberger en Haydn moest maken. Toch heeft Raptus gemeend een dergelijke CD te moeten uitbrengen, die trouwens beslist niet oninteressant is. Maar zelfs tegenwoordig is nog niet al Beethovens muziek uitgegeven en ik denk dat ook musicoloog Barry Cooper, die iedere minuut van zijn leven lijkt te wijden aan de studie van Beethovens muziek, niet precies kan zeggen hoeveel en wat hij nu eigenlijk heeft geschreven. Zo werd nog niet zo lang geleden een onuitgegeven, schetsmatige bewerking van het vierde pianoconcert ontdekt, bestemd voor piano en strijkers, onmiskenbaar schetsen van Beethoven zelf. Musicoloog Küthen heeft het voltooid en het stuk zal van een nummer moeten worden voorzien (en misschien is dat inmiddels al gebeurd). Toch zijn er nog steeds enkele voltooide composities van Beethovens hand (het lied Der Arme Componist bijvoorbeeld), die nog altijd in de archieven van het Beethoven-Haus in Bonn ter publicatie en uitvoering liggen opgeslagen. Overigens deelt Cooper ons in zijn zeker niet foutloze, maar toch zeer bruikbare compendium (zie de bibliografie) mede dat er veel meer onvoltooid dan voltooid werk van Beethoven bestaat. Vast wel, als we al die kattebelletjes en schetsjes meetellen! Maar inderdaad, vaak begon de componist aan iets, maar besloot hij er toch maar weer mee op te houden, hoewel hij al aardig wat op papier had gezet. Het schijnt dat hij aan tenminste vijftig symfonieën is begonnen. Overigens, met betrekking tot pogingen tot 'voltooiïng' van Beethovens schetsen zouden de dames en heren musicologen de getuigenis van collega Ries getuigenis misschien wat vaker in gedachten moeten houden. Hij schreef dat hij Beethoven nooit anders heeft meegemaakt dan als achterstallig met besteld werk, zodat het niet erg waarschijnlijk is dat er nog voltooide werken op uitgave wachten. Volgens Ries was Beethovens constante geldgebrek de achtergrond hiervan. Hij zou ieder voltooid werk subiet hebben doen uitgeven, met uitzondering van de werken die hij niet goed genoeg vond. Ik krijg de indruk dat men zich tegenwoordig weinig meer van Ries' woorden aantrekt, gezien de ijver waarmee men de laatste decennia aan het 'voltooien' is geslagen. Ik ben er niet erg entousiast over, maar ieder z'n smaak, uiteraard.

 

 

Andere websites
  • Degene die de complete lijsten van Hess en Biamonti wil zien, kan The Unheard Beethoven raadplegen voor een overzicht in het Engels en Ludwig van Beethoven: le site (the website/el sitio/il sito) voor een overzicht in het Frans, Engels, Italiaans of Spaans.
  • Degene die informatie zoekt over de specifieke ontstaansgeschiedenis van bepaalde genres (als groep de sonates, respectievelijk de symfonieën, de concerten, de strijkkwartetten, de cellosonates en Fidelio) kan terecht bij de tweetalige website Beethoven, The Magnificent Master (Duits en Engels), alwaar men aparte hoofdstukken zal aantreffen, die geheel aan deze genres zijn gewijd.
  • Degene die alles wil weten over Beethovens vele onvoltooide composities, raadplege vooral The Unheard Beethoven, alwaar men ook midi's kan beluisteren van werken die niet of nauwelijks worden uitgevoerd, benevens van diverse pogingen tot 'voltooiing', zoals de controversiële ouverture Macbeth, die in 2002 in de USA in première ging.
  • Een algemene voortreffelijke website, in Duits en Engels beschikbaar, met indrukwekkend veel informatie is die van het Beethoven-Haus in Bonn

Toelichting bij het gebruik van de lijsten (hyperlinks en niet-gelinkte werken)

De hyperlinks
Op de drie lijsten treft men aan de werknummers gekoppelde hyperlinks aan, die de lezer naar de bespreking van het stuk brengen, te vinden in de hoofdstukken IV.3.2, V.3.2, VI.3.2 of VII.3.2, waarbij ik allerminst pretendeer compleet te zijn. Een volledige bespreking is niet alleen ondoenlijk, maar ook onnodig. Ik heb me beperkt tot een binnen mijn mogelijkheden zo volledig mogelijke bespreking van de werken die de moeite waard zijn om cultuurhistorische, muzikale dan wel biografische redenen en dat is verreweg het grootste deel, zodat de lezer toch voldoende wordt geïnformeerd over de omvang en de betekenis van dit indrukwekkende oeuvre (hoop ik). Wel compleet op de lijsten zijn zowel de opusnummers als de WoO-nummers, maar van de Hess-nummers zijn slechts enkele opgenomen, omdat mijns inziens voor deze site alleen de Hess-nummers die iets substantieels toevoegen aan de WoO-lijst, interessant genoeg zijn om te worden vermeld. Van de Biamonti-lijst is slechts enkel nummer opgenomen, namelijk het zeer schetsmatige, door Beethoven terzijde geschoven stukje Macbeth, omdat dit kortgeleden is 'voltooid' en in première is gegaan (bij welke actie ik zo mijn twijfels heb, want ik kan me niet voorstellen dat de componist er zijn goedkeuring aan zou hechten). De meeste aanvullingen, zoals de WoO-Anhang en de Hess-Anhang, benevens de publicaties door Raptus en dergelijke, komen hier niet ter sprake, omdat ik ze voor deze niet-professionele site niet belangrijk genoeg vond.

Niet-gelinkte werken
Opusnummers 41/42, 63/64, 104, WoO-nummers 12, 16/17/27, 23, 171 en 205 zijn niet voorzien van een hyperlink, omdat ik ze niet heb besproken. De componist van deze muziek heette (waarschijnlijk) niet Ludwig van Beethoven, dan wel het stuk in kwestie is verloren gegaan of om andere redenen niet goed te bespreken.

  • Voor opus 41 en 42 is Franz Xaver Kleinheinz verantwoordelijk, dirigent/pianist van Beethovens generatie en rond 1800 pianoleraar van Beethovens goede kennissen, de zusters Therese en Charlotte Brunswick, die kennelijk onder leiding van Beethoven mocht oefenen in de kunst der compositie, want hij heeft Kleinheinz' bewerking gecorrigeerd alvorens zijn fiat te geven aan de uitgave, aldus een brief van hem.
  • Opus 63 is mogelijk zonder medeweten van Beethoven door de uitgever op de markt gebracht en misschien heet de bewerker wederom Kleinheinz en is het wederom door Beethoven gecorrigeerd, maar dat is nog altijd niet zeker, terwijl ook over opus 64 nog geen zekerheid bestaat omtrent de authenticiteit. Het stuk verscheen in mei 1807 bij Artaria en werd uitvoerig aangekondigd. Beethoven protesteerde niet. Was hij toch zelf de arrangeur? Men weet het (nog) niet.
  • Voor opus 104 is een zekere Kaufmann, over wie ik helaas niets meer weet dan zijn achternaam, verantwoordelijk en de correctie werd weer gedaan door Beethoven zelf.
  • WoO.12 is een vergeefse poging van Beethovens jongere broer Caspar Anton Carl om mee te liften op het succes van Ludwig.
  • Dat Beethoven WoO.17 zou hebben gecomponeerd, is een verzinsel van Anton Schindler, zijn weinig betrouwbare eerste biograaf. Voor zover ik weet, is de componist nog onbekend en dat geldt ook voor WoO.16 en 27.
  • WoO.23 is waarschijnlijk geen compositie van Beethoven en het stukje lijkt verloren gegaan, maar er resteert nog wel een pianobewerking door Czerny.
  • WoO.171 is misschien een compositie van Michael Haydn. In 1817 zong Beethoven de canon bij wijze van felicitatie aan een jarige vriendin, die dacht dat hij het had gecomponeerd, dit later aan Thayer mededeelde, die het geloofde en de canon dan ook aan Beethoven toeschreef. Hierover bestaat tegenwoordig de nodige twijfel, maar de discussie is nog lang niet ten einde. Cooper en Hess bijvoorbeeld menen dat het wel degelijk een compositie van Beethoven betreft. Ik vind de gegevens echter weinig overtuigend.
  • WoO.205 is een verzameling muzikale grapjes in brieven, in de loop der jaren door Beethoven opgetekend.

Notabene
De hieronder volgende werken worden wel besproken ondanks het feit dat ze (waarschijnlijk) niet van Beethoven zijn, respectievelijk geheel verloren zijn gegaan.

  • Hess 148 (een toonzetting van Schillers gedicht An die Freude) is weliswaar verloren gegaan, maar ik heb er toch wat over geschreven, want psychologisch gezien moet het een belangrijke stap zijn geweest voor Beethoven.
  • WoO.162 (een canon voor de uitvinder van de metronoom) werd niet door Beethoven werd gecomponeerd, maar door Schindler. Desondanks heb ik het besproken bij symfonie nr.8, want deze canon is voor de bestudering van Beethovens muziek merkwaardigerwijs wel degelijk zeer belangrijk.
  • WoO.105, is, voor zover ik weet, nog onderwerp van discussie. Volgens sommigen zou het een bewerking van een compositie van Haydn zijn. Voorlopig heb ik het maar op de lijsten gezet, maar misschien zal dat herzien moeten worden.
  • Symfonie #10, waarvan een aantal jaren geleden het eerste deel werd 'voltooid' door Barry Cooper en dat voor zover ik weet (nog) geen nummer heeft gekregen. Ik bespreek het bij het jaar 1826, te vinden in hoofdstuk VII.3.2.
  • Ook het nog niet zo lang geleden ontdekte fragment van een strijkkwartet is nog ongenummerd, voor zover ik weet. Ik bespreek het bij het jaar 1819, te vinden in hoofdstuk VII.3.2.


Terug naar boven

II CATALOGUS VAN BEETHOVENS WERKEN

II.1 Indeling op opusnummer

II.2 Indeling op ontstaansjaar

II.3 Indeling op categorie

Opus 1 Drie trio's voor piano, viool en cello (1794/5, première in 1794, opgedragen aan Carl Lichnowsky).
Opus 2 Drie pianosonates (1795, première in september, opgedragen aan Haydn).
Opus 3 Trio voor viool, altviool en cello (1793/5?).
Opus 4 Strijkkwintet, bewerking van opus 103 (1795).
Opus 5 Twee sonates voor piano en cello (1796, première in mei/juni, opgedragen aan Friedrich Wilhelm II von Hohenzollern).
Opus 6 Pianosonate voor quatre-mains (1796/7).
Opus 7 Pianosonate (1796/7, opgedragen aan gravin Keglevics).
Opus 8 Serenade voor viool, altviool en cello (1796/7).
Opus 9 Drie trio's voor viool, altviool en cello (1797/8, opgedragen aan Browne).
Opus 10 Drie pianosonates (1797/8, opgedragen aan gravin Browne).
Opus 11 Trio voor piano, viool of klarinet en cello, bekend als Gassenhauertrio (1797/8, opgedragen aan Maria Wilhelmine von Thun).
Opus 12 Drie sonates voor piano en viool (1797/8, opgedragen aan Salieri).
Opus 13 Pianosonate Pathétique (1798?, opgedragen aan Carl Lichnowksy).
Opus 14a Twee pianosonates (1798/9, opgedragen aan Josephine von Braun).
Opus 14b Strijkkwartet, bewerking van opus 14a, nr.1 (1802).
Opus 15 Pianoconcert nr.1 (1795, première in maart; herzien in 1800, opgedragen aan Barbara Odescalchi).
Opus 16 Kwintet voor piano en blazers + bewerking voor strijkers en piano (1796, première in 1797, opgedragen aan Schwarzenberg).
Opus 17 Sonate voor piano en hoorn + bewerking voor piano en cello (1800, première in april, opgedragen aan Josephine von Braun).
Opus 18 Zes strijkkwartetten (1798, herzien in 1800, opgedragen aan Carl Lichnowsky).
Opus 19 Pianoconcert nr.2 (1788, herzien in 1790/5, première in 1798, opnieuw herzien in 1801, opgedragen aan Carl Nickelsberg).
Opus 20 Septet voor blazers (1799, première in december, opgedragen aan Maria Theresia von Habsburg).
Opus 21 Symfonie nr.1 (1799/1800, première in april 1800, opgedragen aan Van Swieten).
Opus 22 Pianosonate (1800, opgedragen aan Browne).
Opus 23 Sonate voor piano en viool (1800, opgedragen aan Fries).
Opus 24 Sonate voor piano en viool, bekend als Frühlingssonate (1800/1, opgedragen aan Fries).
Opus 25 Serenade voor fluit, viool en altviool (1801).
Opus 26 Pianosonate, bekend als Marcia funèbre (1800/1, opgedragen aan Carl Lichnowsky).
Opus 27 Twee pianosonates, nr.2 bekend als Mondscheinsonate (1800/1, nr.1 opgedragen aan Josepha von Liechtenstein, nr.2 aan Giulietta Guicciardi).
Opus 28 Pianosonate, bekend als Pastorale (1801, opgedragen aan Sonnenfels).
Opus 29 Strijkkwintet (1801, opgedragen aan Fries).
Opus 30 Drie sonates voor piano en viool (1802, opgedragen aan Alexander I Romanov).
Opus 31 Drie pianosonates, nr.2 bekend als Der Sturm (1802).
Opus 32 Lied An die Hoffnung op tekst van Tiedge, eerste versie (1804/5, geschreven voor Josephine Deym).
Opus 33 Zeven bagatellen voor piano (1802).
Opus 34 Zes pianovariaties op een eigen thema (1802, opgedragen aan Barbara Odescalchi).
Opus 35 Vijftien pianovariaties en fuga op een eigen thema uit Die Geschöpfe des Prometheus, bekend als Eroïcavariaties (1802, opgedragen aan Carl Lichnowsky).
Opus 36 Symfonie nr.2 (1801/2, première in 1803, opgedragen aan Carl Lichnowsky) + bewerking voor pianotrio van de symfonie (1805), mogelijk door iemand anders dan Beethoven.
Opus 37 Pianoconcert nr.3 (1800/3, première in april 1803, opgedragen aan Louis Ferdinand von Hohenzollern).
Opus 38 Trio voor piano, viool of klarinet en cello, bewerking van opus 20 (1802/3, opgedragen aan Schmidt).
Opus 39 Twee preludes voor piano of orgel (1789?).
Opus 40 Romance voor viool en orkest nr.1 (1800/2).
Opus 41 Serenade voor piano en fluit, bewerking van opus 25 door Kleinheinz met medewerking van Beethoven.
Opus 42 Nocturne voor piano en viool, bewerking van opus 8 door Kleinheinz met medewerking van Beethoven.
Opus 43 Balletmuziek Die Geschöpfe des Prometheus (1800/1, première in maart 1801, opgedragen aan Christiane Lichnowsky, evenals de pianobewerking ervan, Hess 90).
Opus 44 Veertien variaties voor pianotrio op een thema van Ditters von Dittersdorf (1792?).
Opus 45 Drie marsen voor piano quatre-mains (1803, opgedragen aan Maria Esterházy).
Opus 46 Lied Adelaïde op tekst van Matthisson (1794/5, opgedragen aan de tekstdichter).
Opus 47 Sonate voor viool en piano, bekend als Kreutzersonate (1802/3, première in mei 1803, geschreven voor Bridgetower, opgedragen aan Kreutzer).
Opus 48 Zes liederen op teksten van Gellert (1801/2, opgedragen aan Browne).
Opus 49 Twee pianosonates (1796/7).
Opus 50 Romance voor viool en orkest nr.2 (1791/8?).
Opus 51 Twee rondo's voor piano (1796/8, opgedragen aan Henriette Lichnowsky).
Opus 52 Acht liederen op teksten van Goethe, Ueltzen, Claudius, Mereau, Lessing en Bürger (1790/5?, herzien in 1803/5).
Opus 53 Pianosonate, bekend als Waldsteinsonate (1803/4, opgedragen aan Waldstein).
Opus 54 Pianosonate (1804).
Opus 55 Symfonie nr.3 Eroïca (1802/3, privé-première in 1804, openbare première in 1805, opgedragen aan Joseph Lobkowitz).
Opus 56 Tripelconcert voor piano, viool, cello en orkest (1803/5, première in 1808, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 57 Pianosonate, bekend als Appassionata (1804/5).
Opus 58 Pianoconcert nr.4 (1805/6, première in 1807, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 59 Drie strijkkwartetten, bekend als Razumowskykwartetten (1806, opgedragen aan Razumowsky).
Opus 60 Symfonie nr.4 (1806, première in 1807, opgedragen aan Oppersdorff).
Opus 61 Vioolconcert + bewerking voor piano (1806/7, première vioolconcert in december 1806, opgedragen aan Stephan von Breuning, pianobewerking aan Julie von Vering).
Opus 62 Ouverture Coriolan (1807, première in maart, opgedragen aan Collin).
Opus 63 Trio voor piano, viool en cello, bewerking van opus 4 door iemand anders dan Beethoven, misschien Kleinheinz.
Opus 64 Sonate voor piano en cello, bewerking van opus 3 door een onbekende componist, misschien Beethoven zelf, misschien Kleinheinz.
Opus 65 Aria Ah! perfido voor sopraan en orkest op tekst van Metastasio (1796, première in november).
Opus 66 Twaalf variaties voor piano en cello op Ein Mädchen oder Weibchen uit Mozarts Die Zauberflöte
(1796?).
Opus 67 Symfonie nr.5, bekend als Schicksalsymfonie (1807/8, première in december 1808, opgedragen aan Joseph Lobkowitz en Razumowsky).
Opus 68 Symfonie nr.6 Pastorale (1807/8, première in december 1808, opgedragen aan Joseph Lobkowitz en Razumowsky).
Opus 69 Sonate voor piano en cello (1807/8, opgedragen aan Gleichenstein).
Opus 70 Twee trio's voor piano, viool en cello, nr.1 bekend als Geistertrio (1808, opgedragen aan Marie Erdödy).
Opus 71 Sextet voor blazers (1796?, première in 1805).
Opus 72 Opera Fidelio, oorspronkelijk geheten Leonore, ouvertures Leonore nrs. 2 en 3 en ouverture Fidelio (1804, première in november 1805; herzien in 1805 en nogmaals herzien in 1806, première in maart; herzien en herdoopt in 1814, première in mei).
Opus 73 Pianoconcert nr.5, bekend als Kaiserskonzert (1808/9, première in 1811, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 74 Strijkkwartet, bekend als Harfenquartett (1809, opgedragen aan Joseph Lobkowitz).
Opus 75 Zes liederen op teksten van Goethe, Halem en Reissig (1809, opgedragen aan Caroline Kinsky).
Opus 76 Zes pianovariaties op een eigen thema (1809, opgedragen aan Oliva).
Opus 77 Pianofantasie (1809, opgedragen aan Franz von Brunswick).
Opus 78 Pianosonate (1809, opgedragen aan Therese von Brunswick).
Opus 79 Pianosonate (1809).
Opus 80 Fantasie voor piano, zes solostemmen, koor en orkest (1808, première in december, herzien in 1809, opgedragen aan de koning van Beieren).
Opus 81a Pianosonate Das Lebewohl, bekend als Les Adieux (1809/10, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 81b Sextet voor hoorns en strijkkwartet (1795).
Opus 82 Vier arietta's en een duet voor sopraan en tenor op tekst van Metastasio en een onbekende dichter (1809).
Opus 83 Drie liederen op teksten van Goethe (1810, opgedragen aan Caroline Kinsky).
Opus 84 Toneelmuziek bij Goethe's Egmont (1810, première in juni).
Opus 85 Oratorium Christus am Ölberge op tekst van Huber (1803, première in april, herzien in 1804, nogmaals herzien in 1811).
Opus 86 Mis (1807, première in september, opgedragen aan Kinsky).
Opus 87 Trio voor twee hobo's en Engelse hoorn (1795?).
Opus 88 Lied Das Glück der Freundschaft (1803).
Opus 89 Polonaise voor piano (1814, opgedragen aan de Tsarina).
Opus 90 Pianosonate (1814, opgedragen aan Moritz Lichnowsky).
Opus 91 Symfonie Wellingtons Sieg oder Die Schlacht bei Vittoria (1813, première in december, opgedragen aan George IV of Hanover).
Opus 92 Symfonie nr.7 (1811/12, première in 1813, opgedragen aan Fries).
Opus 93 Symfonie nr.8 (1812, première in 1814).
Opus 94 Lied An die Hoffnung op tekst van Tiedge (1813/5, première in 1816).
Opus 95 Strijkkwartet Quartetto serioso (1810/11, première in 1814, herzien in 1816, opgedragen aan Zmeskall).
Opus 96 Sonate voor piano en viool (1812, première in december, geschreven voor Rode, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 97 Trio voor piano, viool en cello, bekend als Erzherzogtrio (1811, première in 1814, herzien in 1815, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 98 Liederencyclus An die ferne Geliebte op teksten van Jeitteles (1816, opgedragen aan Joseph Lobkowitz).
Opus 99 Lied Der Mann von Wort op tekst van Kleinschmid (1816).
Opus 100 Lied Merkenstein voor sopraan en alt op tekst van Rupprecht (1814).
Opus 101 Pianosonate (1816/7, opgedragen aan Dorothea von Ertmann).
Opus 102 Twee sonates voor piano en cello (1815, opgedragen aan Marie Erdödy).
Opus 103 Octet voor blazers (1792/3).
Opus 104 Strijkkwintet, bewerking van pianotrio opus 1, nr.3 door Kaufmann met medewerking van Beethoven.
Opus 105 Zes volksliedjes met variaties voor piano en viool of fluit (1817/9).
Opus 106 Pianosonate, bekend als Hammerklaviersonate (1817/18, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 107 Tien volksliedjes met variaties voor piano en viool of fluit (1817/9).
Opus 108 Vijfentwintig Schotse volksliederen (1813/18, de meeste uit 1815/17).
Opus 109 Pianosonate (1820, opgedragen aan Maximiliane Brentano).
Opus 110 Pianosonate (1821).
Opus 111 Pianosonate (1821, opgedragen aan Rudolph von Habsburg, Engelse uitgave aan Antonie Brentano).
Opus 112 Koor Meeresstille und glückliche fahrt voor koor en orkest, op tekst van Goethe (1814/5, première in december 1815, opgedragen aan Goethe).
Opus 113 Toneelmuziek bij Kotzebue's Die Ruinen von Athen (1811, première in 1812).
Opus 114 Mars voor koor en piano uit Die Ruinen von Athen (1811, première in 1812, herzien in 1822, première in oktober).
Opus 115 Ouverture Zur Namensfeier (1814/5, première in oktober 1815, opgedragen aan Radziwill).
Opus 116 Terzet Tremate, empi, tremate voor sopraan, tenor, bas en orkest op tekst van Bettoni (1802, herzien in 1814, première in februari).
Opus 117 Toneelmuziek bij Kotzebue's König Stephan (1811, première in 1812).
Opus 118 Kwartet Elegischer Gesang voor sopraan, alt, tenor, bas en strijkkwartet (1814, première in augustus?, opgedragen aan Pasqualati).
Opus 119 Elf bagatellen voor piano (1820/2).
Opus 120 Drieëndertig variaties voor piano op een wals van Diabelli (1819/23, première in 1856, opgedragen aan Antonie Brentano).
Opus 121a Variaties voor piano, viool en cello op Ich bin der Schneider Kakadu uit Müllers Die Schwestern von Prag (1801/3, herzien in 1816).
Opus 121b Koor Opferlied voor sopraan, alt, tenor, koor en orkest op tekst van Matthisson (1822, première in december, herzien in 1824).
Opus 122 Koor Bundeslied voor sopraan, alt, vrouwenkoor en orkest op tekst van Goethe (1822/4).
Opus 123 Missa Solemnis (1819/23, première in april 1824, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 124 Ouverture Die Weihe des Hauses (1822, première in oktober, opgedragen aan Galitzin).
Opus 125 Symfonie nr.9 voor vier solostemmen, koor en orkest, bekend als Chorsymfonie, op tekst van Schiller (1817/24, première in mei 1824, opgedragen aan Friedrich Wilhelm III von Hohenzollern).
Opus 126 Zes bagatellen voor piano (1823/4).
Opus 127 Strijkkwartet (1824/5, première in maart 1825, opgedragen aan Galitzin).
Opus 128 Arietta Der Kuss op tekst van Weisse (1798?, voltooid in 1822).
Opus 129 Rondo a Capriccio alla ingharese voor piano, bekend als Die Wut über den verlorenen Groschen ausgetobt in einer Caprice (1795).
Opus 130 Strijkkwartet (1825/6, première in maart 1826, opgedragen aan Galitzin).
Opus 131 Strijkkwartet (1825/6, première in 1828, opgedragen aan Stutterheim).
Opus 132 Strijkkwartet (1824/5, première in november 1825, opgedragen aan Galitzin).
Opus 133 Grosse Fuge voor strijkkwartet (1825, première in 1826, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 134 Grosse Fuge voor piano quatre-mains (1825/6, opgedragen aan Rudolph von Habsburg).
Opus 135 Strijkkwartet (1826, première in 1828, opgedragen aan Wolfmayer).
Opus 136 Cantate Der glorreiche Augenblick voor vier solostemmen, koor en orkest op tekst van Weissenbach (1814, première in november).
Opus 137 Fuga voor strijkkwintet (1817).
Opus 138 Ouverture Leonore nr.1 (1807, première in 1828).
WoO. 1 Muziek voor een Ritterballett (1790/1, première in maart 1791).
WoO. 2a Orkestwerk voor Kuffners Tarpeja (1813, première in 1814).
WoO. 2b Orkestwerk, misschien voor Tarpeja, misschien voor Leonore (1805?).
WoO. 3 Gratulationsmenuett voor orkest (1822, première in november, geschreven voor Karl Hensler).
WoO. 4 Pianoconcert, onvoltooid (1784).
WoO. 5 Vioolconcert, fragment (1790/1).
WoO. 6 Rondo voor piano en orkest, onvoltooid (1793).
WoO. 7 Twaalf menuetten voor orkest of piano of twee violen en bas (1795, première in november).
WoO. 8 Twaalf Duitse dansen voor orkest of piano of twee violen en bas (1795, première in november).
WoO. 9 Zes menuetten voor twee violen en bas, authenticiteit onzeker (1795?).
WoO. 10 Zes menuetten voor orkest of piano (1795).
WoO. 11 Zeven Ländler voor piano (1799).
WoO. 12 Twaalf menuetten, geschreven door Carl van Beethoven.
WoO. 13 Twaalf Duitse dansen voor orkest of piano (1795?).
WoO. 14 Twaalf contradansen voor orkest of piano of twee violen en bas (1795/1802).
WoO. 15 Zes Ländler voor twee violen en bas (1802).
WoO. 16 Twaalf écossaises voor orkest, onecht, componist onbekend.
WoO. 17 Elf Mödling-dansen, onecht, componist onbekend.
WoO. 18 Mars voor militaire kapel (1809, première in 1810, herzien in 1822, opgedragen aan Anton von Habsburg).
WoO. 19 Mars voor militaire kapel (1810, première in 1810, herzien in 1822, opgedragen aan Anton von Habsburg).
WoO. 20 Mars voor militaire kapel (1810, herzien in 1822).
WoO. 21 Polonaise voor militaire kapel (1810).
WoO. 22 Écossaise voor militaire kapel (1810).
WoO. 23 Écossaise voor militaire kapel, verloren gegaan (1810).
WoO. 24 Mars voor militaire kapel (1816).
WoO. 25 Rondino voor blazers (1792/3).
WoO. 26 Duo voor fluiten (1792, opgedragen aan J.M.Degenhart).
WoO. 27 Drie duo's voor klarinet en fagot, onecht, componist onbekend.
WoO. 28 Variaties voor blazers op Là ci darem la mano uit Mozarts Don Giovanni (1795, première in 1797).
WoO. 29 Mars voor blazers (1797/8).
WoO. 30 Drie equales voor trombones (1812, opgedragen aan Glöggl).
WoO. 31 Fuga voor orgel (1783?).
WoO. 32 Duo voor altviool en cello Duett mit zwei obligaten Augengläsern, onvoltooid (1796/7, waarschijnlijk geschreven voor Zmeskall).
WoO. 33 Vijf stukken voor Flötenuhr (1794/9).
WoO. 34 Duet voor twee violen (1822, opgedragen aan Alexandre Boucher).
WoO. 35 Canon zonder tekst, waarschijnlijk voor twee celli (1825).
WoO. 36 Drie kwartetten voor piano en strijkers (1785).
WoO. 37 Trio voor piano, fluit en fagot (1786/7, geschreven voor de familie Westerholt).
WoO. 38 Trio voor piano, viool en cello (1791?).
WoO. 39 Allegretto voor piano, viool en cello (1812, opgedragen aan Maximiliane Brentano).
WoO. 40 Twaalf pianovariaties op Se vuol ballare uit Mozarts Le Nozze di Figaro (1792/3, opgedragen aan Eleonore von Breuning).
WoO. 41 Rondo voor viool en piano (1793/4).
WoO. 42 Zes Duitse dansen voor viool en piano (1796, geschreven voor die beide Gräfinnen Thun).
WoO. 43a/b Sonatine en adagio voor piano en mandoline (1796, opgedragen aan Josephine de Clary).
WoO. 44a/b Sonatine en andante met variaties voor piano en mandoline (1796, opgedragen aan Josephine de Clary)
WoO. 45 Twaalf variaties voor piano en cello op See the conqu'ring hero comes uit Händels Judas Maccabeus (1796, opgedragen aan Christiane Lichnowsky).
WoO. 46 Zeven variaties voor piano en cello op Bei Männern welche Liebe fühlen uit Mozarts Die Zauberflöte (1801, opgedragen aan Browne).
WoO. 47 Drie pianosonates, bekend als Kurfürstensonates (1782/3, opgedragen aan Maximilian Friedrich von Habsburg).
WoO. 48 Rondo voor piano (1783).
WoO. 49 Rondo voor piano (1783).
WoO. 50 Twee delen van een pianosonate (1790?).
WoO. 51 Pianosonate, onvoltooid (1791?).
WoO. 52 Presto voor piano (1795, herzien in 1822).
WoO. 53 Allegretto voor piano (1796/7).
WoO. 54 Lustig-traurig voor piano (1802?).
WoO. 55 Prelude voor piano (1787?, herzien in 1803).
WoO. 56 Allegretto voor piano (1803, herzien in 1822).
WoO. 57 Andante voor piano, bekend als Andante favori (1803/4).
WoO. 58 Twee cadenzen voor Mozarts pianoconcert K.466 (1809?, opgedragen aan Ries).
WoO. 59 Bagatel voor piano, bekend als Für Elise (1808/10, herzien in 1822, waarschijnlijk geschreven voor Therese Malfatti).
WoO. 60 Bagatel voor piano (1818).
WoO. 61 Allegretto voor piano (1821, opgedragen aan Piringer).
WoO. 61a Allegretto quasi andante voor piano (1825, opgedragen aan Sarah Burney Payne).
WoO. 62 Strijkkwintet, fragment voor piano, mogelijk bewerkt door Diabelli en bekend onder diverse namen, zoals Beethovens letzter musikalischer Gedanke of Farewell to the piano en dergelijke (1826).
WoO. 63 Negen pianovariaties op een mars van Dressler (1782, opgedragen aan gravin Wolf-Metternich).
WoO. 64 Zes piano- of harpvariaties op een Zwitsers volksliedje (1791).
WoO. 65 Vierentwintig pianovariaties op Righini's Venni Amore (1790/1, opgedragen aan Anna Hortensia Hatzfeld).
WoO. 66 Dertien pianovariaties op Es war einmal ein alter Mann uit Dittersdorfs Rotkäppchen (1792).
WoO. 67 Acht pianovariaties quatre-mains op een thema van graaf Waldstein (1792?).
WoO. 68 Twaalf pianovariaties op Menuet à la Vigano uit Haibels Le nozze disturbate (1795).
WoO. 69 Negen pianovariaties op Quant' è più bello uit Paisello's La molinara (1795, opgedragen aan Carl Lichnowsky).
WoO. 70 Zes pianovariaties op Nel cor più non mi sento uit Paisello's La molinara (1795).
WoO. 71 Twaalf pianovariaties op een Russische dans uit Wranitzky's Das Waldmädchen (1796/7, opgedragen aan gravin Keglevics).
WoO. 72 Acht pianovariaties op Une fièvre brûlante uit Grétry's Richard Coeur de Lion (1795?).
WoO. 73 Tien pianovariaties op La stessa, la stessisima uit Salieri's Falstaff (1799).
WoO. 74 Lied + pianovariaties quatre-mains Ich denke dein op tekst van Goethe (1799, herzien in 1803, opgedragen aan Therese von Brunswick en Josephine Deym).
WoO. 75 Zeven pianovariaties op Kind, willst du ruhig schlafen? uit Winters Das unterbrochene Opferfest (1799).
WoO. 76 Zes pianovariaties op Tändeln und Scherzen uit Süssmayrs Soliman II (1799, opgedragen aan gravin Browne).
WoO. 77 Zes pianovariaties op een eigen thema (1800).
WoO. 78 Zeven pianovariaties op God save the King (1803).
WoO. 79 Vijf pianovariaties op Rule Britannia (1803).
WoO. 80 Tweeëndertig pianovariaties op een eigen thema (1806).
WoO. 81 Allemande voor piano (1793?, herzien 1800?).
WoO. 82 Menuet voor piano (1785?, herzien 1803?).
WoO. 83 Zes écossaises voor piano, authenticiteit onzeker (1806).
WoO. 84 Wals voor piano (1824).
WoO. 85 Wals voor piano (1825, opgedragen aan Sophie von Habsburg).
WoO. 86 Écossaise voor piano (1825).
WoO. 87 Cantate op de dood van Keizer Joseph II voor vier solostemmen, koor en orkest op tekst van Averdonck (1790).
WoO. 88 Cantate op de troonsbestijging van Keizer Leopold II voor vier solostemmen, koor en orkest op tekst van Averdonck (1790).
WoO. 89 Aria Prüfung des Küssens voor bas en orkest (1791?).
WoO. 90 Aria Mit Mädeln sich vertragen voor bas en orkest op tekst van Goethe (1791?).
WoO. 91 Twee aria's voor Umlaufs Die schöne Schusterin voor sopraan, tenor en orkest (1795, première in april 1795).
WoO. 92 Aria Primo amore voor sopraan en orkest (1790?).
WoO. 92a Aria No, non turbarti voor sopraan en orkest op tekst van Metastasio (1802?).
WoO. 93 Duet Nei giorni tuoi felici voor sopraan, tenor en orkest op tekst van Metastasio (1802?).
WoO. 94 Aria Germania voor bas, koor en orkest, t.b.v. een Singspiel van Treitschke (1814, première in april).
WoO. 95 Die verbündeten Fürsten voor koor en orkest op tekst van Bernard (1814).
WoO. 96 Toneelmuziek bij Dunckers Leonore Prohaska (1814/5).
WoO. 97 Aria Es ist vollbracht voor bas, koor en orkest, t.b.v. een Singspiel van Treitschke (1815, première in juli).
WoO. 98 Wo sich die Pulse voor koor en orkest uit Die Weihe des Hauses (1811, herzien in 1822).
WoO. 99 Italiaanse liederen voor 2,3 of 4 stemmen, zonder begeleiding (1801?).
WoO. 100 Canon Lob auf den Dicken voor drie solostemmen en koor (1801).
WoO. 101 Canon Graf, Graf, liebster Graf voor drie solostemmen (1802, geschreven voor Zmeskall).
WoO. 102 Abschiedsgesang, voor drie solostemmen (1814, geschreven voor Leopold Weiss).
WoO. 103 Un lieto brindisi voor vier solostemmen en piano (1814, première in juni, geschreven voor Giovanni Malfatti).
WoO. 104 Gesang der Mönche op tekst van Schiller voor drie solostemmen (1817).
WoO. 105 Hochzeitslied voor tenor, koor en piano (1819, mogelijk onecht).
WoO. 106 Cantate voor sopraan, koor en piano, geschreven ter gelegenheid van Ferdinand Lobkowitz' verjaardag (1823).
WoO. 107 Lied Schilderung eines Mädchens (1783).
WoO. 108 Lied An einen Säugling op tekst van Döhring (1784).
WoO. 109 Trinklied voor eenstemmig koor (1787?).
WoO. 110 Elegie auf den Tod eines Pudels (1787).
WoO. 111 Punschlied voor eenstemmig koor (1791?).
WoO. 112 Lied An Laura op tekst van Matthisson (1792?).
WoO. 113 Lied Klage op tekst van Hölty (1790?).
WoO. 114 Lied Selbstgespräch op tekst van Gleim (1792).
WoO. 115 Lied An Minna (1792).
WoO. 116 Lied Que le temps me dure, onvoltooid, op tekst van Rousseau (1792).
WoO. 117 Lied Der freie Mann voor eenstemmig koor op tekst van Pfeffel (1790?, herzien in 1794).
WoO. 118 Liederen Seufzer eines Ungeliebten en Gegenliebe op tekst van Bürger (1794/5).
WoO. 119 Lied O care selve voor eenstemmig koor (1794?).
WoO. 120 Lied Mann strebt die Flamme zu verhehlen (1795, geschreven voor Johanna Weissenturn).
WoO. 121 Abschiedsgesang an Wiens Bürger op tekst van Friedelberg (1796, opgedragen aan majoor Kövesdy).
WoO. 122 Kriegslied der Österreicher voor koor op tekst van Friedelberg (1797).
WoO. 123 Lied Zärtliche Liebe, ook Ich liebe dich genoemd, op tekst van Herrosee (1795).
WoO. 124 Lied La Partenza op tekst van Metastasio (1795/6).
WoO. 125 Lied La Tiranna op tekst van Wennington (1798/9).
WoO. 126 Opferlied op tekst van Matthisson (1798).
WoO. 127 Lied Neue Liebe, neues Leben op tekst van Goethe (1798/9).
WoO. 128 Lied Plaisir d'aimer (1798/9).
WoO. 129 Lied Der Wachtelschlag op tekst van Sauter (1803, geschreven voor Browne).
WoO. 130 Lied Gedenke mein (1819/20).
WoO. 131 Lied Erlkönig op tekst van Goethe (1796?, onvoltooid).
WoO. 132 Lied Als die Geliebte sich trennen wollte, ook Empfindungen bei Lydiens Untreue genoemd, op tekst van Hoffmann/Breuning (1806).
WoO. 133 Lied In questa tomba op tekst van Carpani/Breuning (1806/7).
WoO. 134 Vier toonzettingen van het lied Nur wer die Sehnsucht kennt op tekst van Goethe (1807/8).
WoO. 135 Lied Die laute Klage op tekst van Herder (1815?).
WoO. 136 Lied Andenken, ook Ich denke dein genoemd, op tekst van Matthisson (1808).
WoO. 137 Lied Aus der Ferne op tekst van Reissig (1809).
WoO. 138 Lied Der Jüngling in der Fremde op tekst van Reissig (1809).
WoO. 139 Lied Der Liebende op tekst van Reissig (1809).
WoO. 140 Lied An die Geliebte op tekst van Stoll (1811, herzien in 1814).
WoO. 141 Lied Der Gesang der Nachtigall op tekst van Herder (1813).
WoO. 142 Lied Der Bardengeist op tekst van Hermann (1813).
WoO. 143 Lied Des Kriegers Abschied op tekst van Reissig (1814).
WoO. 144 Lied Merkenstein op tekst van Rupprecht (1814).
WoO. 145 Lied Das Geheimnis op tekst van Wesenberg (1815/6).
WoO. 146 Lied Sehnsucht op tekst van Reissig (1816).
WoO. 147 Lied Ruf vom Berge op tekst van Treitschke (1816).
WoO. 148 Lied So oder So, ook geheten Nord oder Süd, op tekst van Lappe (1817).
WoO. 149 Lied Resignation op tekst van Haugwitz (1814/6).
WoO. 150 Lied Abendlied unterm gestirnten Himmel op tekst van Geible (1820).
WoO. 151 Lied Der edle Mensch sei hülfreich und gut op tekst van Goethe (1823, geschreven voor Cäcilie von Eskeles).
WoO. 152 Vijfentwintig Ierse volksliederen (1810/2).
WoO. 153 Twintig Ierse volksliederen (1810/5, de meeste uit 1813).
WoO. 154 Twaalf Ierse volksliederen (1813).
WoO. 155 Zesentwintig Welshe volksliederen (1810).
WoO. 156 Twaalf Schotse volksliederen (1815/19, de meeste uit 1818).
WoO. 157 Twaalf gevarieerde volksliederen (1815/20).
WoO. 158 Drieëntwintig (#1) Europese volksliederen, zeven (#2) Britse volksliederen en zes (#3) gevarieerde volksliederen (1810/7, de meeste uit 1816/7).
WoO. 159 Canon Im Arm der Liebe voor drie stemmen (1795?).
WoO. 160 Twee canons zonder tekst voor drie en vier stemmen (1795?).
WoO. 161 Canon Ewig dein voor drie stemmen (1811?).
WoO. 162 Canon Ta, ta, ta, geschreven door Schindler op een thema uit het tweede deel van Beethovens achtste symfonie.
WoO. 163 Canon Kurz ist der Schmerz voor drie stemmen (1813).
WoO. 164 Canon Freundschaft ist die Quelle voor drie stemmen (1814).
WoO. 165 Canon Glück zum neuen Jahr voor vier stemmen (1815, geschreven voor Pasqualati).
WoO. 166 Canon Kurz ist der Schmerz voor drie stemmen (1815, geschreven voor Spohr).
WoO. 167 Canon Brauchle, Linke voor drie stemmen (1815?, waarschijnlijk geschreven voor Brauchle en Linke).
WoO. 168 Raadselcanon Das Schweigen en canon Das Reden voor drie stemmen (1816, geschreven voor Charles Neate).
WoO. 169 Raadselcanon Ich küsse Sie (1816, geschreven voor Anna Milder).
WoO. 170 Canon Ars longa, vita brevis voor twee stemmen (1816, geschreven voor Hummel).
WoO. 171 Canon Glück fehl' dir vor allem voor vier stemmen (1817), mogelijk onecht, geschreven door Michael Haydn.
WoO. 172 Canon Ich bitt' dich voor drie stemmen (1818?, geschreven voorVincenz Hauschka).
WoO. 173 Raadselcanon Hol' euch der Teufel (1819, geschreven voor Steiner).
WoO. 174 Canon Glaube und hoffe voor vier stemmen (1819, geschreven voor Moritz Schlesinger).
WoO. 175 Raadselcanon Sankt Petrus war ein Fels (1820, geschreven voor Peters en Bernard).
WoO. 176 Canon Glück zum neuen Jahr voor drie stemmen (1819, geschreven voor Marie Erdödy).
WoO. 177 Canon Bester Magistrat voor vier stemmen (1820).
WoO. 178 Canon Signor Abate voor drie stemmen (1820?, geschreven voor Abbé Stadler?).
WoO. 179 Canon Alles Gute voor vier stemmen (1819).
WoO. 180 Canon Hoffmann, sei ja kein Hofmann voor twee stemmen (1820).
WoO. 181 Drie canons: Gedenket heute an Baden (181a), Erhabt euch wohl (181b) en Tugend ist kein leeren Name (181c) voor drie en vier stemmen (1822).
WoO. 182 Canon O Tobias voor drie stemmen (1821, geschreven voor Haslinger).
WoO. 183 Canon Bester Herr Graf voor vier stemmen (1823, geschreven voor Moritz Lichnowsky).
WoO. 184 Canon Fallstafferel, lass' dich sehen voor vijf stemmen (1823, geschreven voor Schuppanzigh).
WoO. 185 Canon Edel sei der Mensch voor zes stemmen, twee versies (1823, geschreven voor Schlösser).
WoO. 186 Canon Te solo adoro voor twee stemmen (1824, geschreven voor Carlo Soliva).
WoO. 187 Canon Schwencke dich ohne Schwäncke voor vier stemmen (1824, geschreven voor Carl Schwencke).
WoO. 188 Canon Gott ist eine feste Burg voor twee stemmen (1825).
WoO. 189 Canon Doktor, sperrt das Tor dem Tod voor vier stemmen (1825, geschreven voor Braunhofer).
WoO. 190 Canon Ich war hier, Doktor voor twee stemmen (1825, geschreven voor Braunhofer).
WoO. 191 Canon Kühl, nicht lau voor drie stemmen (1825, geschreven voor Friedrich Kuhlau).
WoO. 192 Raadselcanon Ars longa, vita brevis (1825, geschreven voor Smart).
WoO. 193 Raadselcanon Ars longa, vita brevis (1825?).
WoO. 194 Raadselcanon Si non per portas (1825, geschreven voor Moritz Schlesinger).
WoO. 195 Canon Freu' dich des Lebens voor twee stemmen (1825, geschreven voor Theodor Molt).
WoO. 196 Canon Es muss sein voor vier stemmen (1826, geschreven voor Ignaz Demscher).
WoO. 197 Canon Da ist das Werk voor vijf stemmen (1826, geschreven voor Holz).
WoO. 198 Raadselcanon Wir irren allesamt (1826, geschreven voor Holz).
WoO. 199 Muzikale grap Ich bin der Herr von zu (1814, geschreven voor Rudolph von Habsburg).
WoO. 200 Lied O Hoffnung op tekst van Tiedge (1818).
WoO. 201 Muzikale grap in een brief Ich bin bereit! Amen (1818, geschreven voor Vincenz Hauschka).
WoO. 202 Motto in een brief Das Schöne zu dem Guten (1823, geschreven voor Marie Pachler).
WoO. 203 Motto in een brief Das Schöne zu dem Guten (1825, geschreven voor Rellstab).
WoO. 204 Muzikale grap in een conversatieboekje Holz, Holz geigt die Quartette so (1825).
WoO. 205 Tien muzikale grappen in brieven, geschreven tussen 1798 en 1826.
Hess 12 Hoboconcert, fragment (1791/2).
Hess 13 Romance voor piano, blazers en orkest, fragment (1786/7).
Hess 15 Pianoconcert, fragment (1814/5).
Hess 19 Kwintet voor blazers, onvoltooid (1793?)
Hess 29 Prelude en fuga voor twee violen en cello (1795?).
Hess 30 Prelude en fuga voor strijkkwartet (1795?).
Hess 31 Prelude en fuga voor strijkkwartet (1795?).
Hess 40 Prelude en fuga voor strijkers, onvoltooid (1817).
Hess 46 Sonate, fragment (1790/2).
Hess 48 Allegretto voor piano, viool en cello, fragment (1791?).
Hess 64 Fuga voor piano of orgel (1795?).
Hess 69 Allegretto voor piano (1794/5, herzien in 1822/3).
Hess 107 Grenadiersmars voor Flötenuhr, bewerking van WoO.29 (1800?).
Hess 108 Oorspronkelijke versie van opus 91 (Wellingtons Sieg) voor panharmonicon (1813).
Hess 115 Opera Vestas Feuer, onvoltooid (1803).
Hess 143 Lied An die Freude, verloren gegaan (1790/1?).
Hess 151 Lied Traute Henriëtte (1790/2).
Hess 298 Symfonie, fragment (1790?).
Hess 300 Canon Liebe mich, werter Weissenbach (1820, geschreven voor Weissenbach).
Hess 301 Canon Es ist kein Wahn (1819/20, geschreven voor Friedrich Wähner?).
Hess 302 Canon uns geht es kannibalisch wohl (1825).
Biamonti 454 Ouverture Macbeth, schets (1808).

Terug naar boven